Aspecten van de Islamitische Beschaving: Het Urbanisme

Morele en sociale dimensie in de architectuur

Wie Spanje een beetje kent is vertrouwd geraakt met de islamitische erfenis: islamitische architectuur, Arabische woorden en kunstschatten.

De laatste Visigotische koning werd in 711 door de Moren verslagen. Ze gingen aan land aan de voet van de berg die nog steeds de naam van Tariq draagt: Djebel-oet Tariq = berg van Tariq, hetgeen verbasterd tot Gibraltar. Generaal Tariq leidde een leger van 7000 Berbers, voornamelijk bekeerde Imazighen, over het Nauw van Gibraltar en ondervonden zo goed als geen weerstand in Spanje. Binnen 2 jaar was bijna heel Spanje veroverd en onder islamitisch gezag gebracht. In 714 werd een deel van Frankrijk ingenomen. De weg naar het Noorden was vrij. Maar in 732 kwam er opstand van het Noorden, zo werd de invaller tot over de Pyreneeën teruggedreven. Er volgde een periode van sterke achteruitgang. De bezetting duurde tot het jaar 1492. Ferdinand III van Castilië, die regeerde van 1233 tot 1250, verjoeg de Moren. Alleen Granada (Alhambra, Generalife) wist zich te handhaven tot 1492.

Prins Abdoer Rahmaan I was een belangrijk persoon in de geschiedenis van islamitisch Spanje. Hij ontsnapte aan het bloedbad dat onder zijn familieleden, de Omajjaden, op 750 in Syrië was aangericht en vluchtte naar Noord- Afrika waar hij steun kreeg van de plaatselijke Berbers. Hij werd de grondlegger van een nieuwe Omajjadendynastie in 756: zo ontstond het emiraat van Cordoba (756 – 1031). Onder de Omajjaden kende Al-Andalus een ongekende welvaart, religieuze tolerantie ten aanzien van Joden en christenen, stabiliteit en een rijk en bloeiend wetenschappelijk en cultureel leven. Het Iberisch Schiereiland werd in het Arabisch Al-Andalus genoemd. Dat wil zeggen, het westelijke deel van de islamitische beschaving welke zich toen over Noord- Afrika uitstrekte tot aan Damascus. Al-Andalus bereikte zijn hoogtepunt in de 10de eeuw onder kalief Abdoer Rahmaan III (921 – 961). Wat we allemaal niet aan hem te danken hebben: een onmiskenbare islamitische bijdrage aan de geschiedenis van Europa, schitterende bewijzen van islamitische architectuur in Spanje en menig Arabisch woord in ons taalgebruik zoals suiker (al-sukker), koffie (al-kahweh), katoen (al-koetn), alcohol (al-kuhoel) enz. De herinnering aan deze kalief is levend gemaakt in Medinat al- Zahra, de restanten van wat in de tiende eeuw een schitterend paleizen- en tuinencomplex was, zes kilometer buiten Cordoba, in het hart van Andalusië (Al-Andalus). De voormalige moskee La Mezquita van Cordoba en het paleizencomplex Alhambra in Granada zijn de belangrijkste bouwwerken en architectonische hoogtepunten en juwelen van eeuwenlange islamitische aanwezigheid in Zuid- Europa uit die periode. Evenmin als op Sicilië werd de Islam de alles overheersende religie, er bestond een bijzondere en vruchtbare samenwerking met de joods-christelijke denkwereld dat doorwerkte in de cultuur.

Het tijdperk van de Moren (711 – 1492) was er één van grote bloei. De landbouw kwam sterk op, kunsten en wetenschappen namen een hoge vlucht. Cordoba werd het middelpunt van het gods-dienstig leven, handel en wetenschap. De filosofen Ibn Toefail, Ibn Roesjd (Latijnse verbastering: Averroës) en Ibn Siena (Latijn: Avicenna) werkten aan het hof als lijfarts. Zij hadden een grote invloed op theologen en filosofen in West- Europa. De natuurwetenschappen en de filosofie konden zich zelfstandig ontwikkelen. Sevilla, Cordoba en Granada behoorden tot de belangrijkste Europese steden van hun tijd. Onder islamitisch gezag werden de universiteit van Granada en de universiteit van Saragossa (christelijk centrum) de westers vertaalcentra voor de oude Griekse standaardwerken. Na de vertaling van het Grieks in het Arabisch, volgde in Spanje de overzetting in het kerklatijn. In moslim-Spanje werden op grote schaal bibliotheken aangelegd met soms honderdduizenden banden die een belangrijke bron vormden voor veel christelijke denkers. Ook in materieel opzicht bestond er een vruchtbare uitwisseling van verworvenheden. De Moren waren beroemd om hun architectuur, windmolens, decoratieve kunst en irrigatiewerken die tot op de dag van vandaag hun werk doen en introduceerden vele fruitsoorten, de dadelpalm, rijst, sinaasappel, saffraan, amandelen , olijven, bonen en katoen.

De Reconquista, de herovering, is een beweging die ontstond uit expansiedrift, maar ook uit ijver voor de verbreiding van het christendom. De Reconquista begon in de jaren na 1000 en was voltooid in 1492, toen het laatste bastion van de islam, Granada, in handen van de katholieke koningen Ferdinand en Isabella viel. Ferdinand en Isabella meenden dat een totale religieuze eenheid van Spanje de orde zou kunnen herstellen en daarom werd besloten de Moren definitief te verdrijven en als “kroon” op het werk werden ook alle joden verdreven. Op vele plaatsen werden de moslims verdreven en daarmee verloor Spanje zijn beste kooplui, ambachtslieden en boeren. Het land werd grotendeels verdeeld onder de edelen die tegen de moslims streden. Deze edelen bezaten niet de technische bekwaamheid om het land goed te bebouwen en gingen daarom maar over op schapenteelt.

Daarna begon de Conquista van Zuid-Amerika waardoor een abrupt einde kwam aan de eeuwenoude beschavingen aldaar. De koloniën werden vervolgens stevig geplunderd om de alsmaar verslechterende economie in Spanje nieuw leven in te blazen. De Kerk en het koninklijk paar besloten om elke afwijking, zowel op politiek als op religieus gebied, de kop in te drukken. De inquisitie deed haar intrede als staatkundige instelling en donkere tijden braken aan. De onverdraagzaamheid van de christenen ten opzichte van de overwonnen vijanden was er de oorzaak van dat vele geleerden en kunstenaars zich gedwongen zagen te vluchten.

Onderzoek naar de steden : Granada, Cordoba, Bagdad, Basra, Fes

Granada:

Granada en omstreken was een van de eerste gebieden die door de Arabieren (Moren) in Spanje veroverd werd (vanaf 713) en dit is niet alleen aan de gebouwen te zien, maar ook in de muziek van dit gebied te horen. Het begint allemaal met de inval van de Moren in 713. Granada viel onder het bewind van Cordoba. Het kan lijken alsof er geen problemen waren bij de Moren maar niets is minder waar. Zelfs wanneer Cordoba valt en Granada de hoofdstad wordt van het Moorse Spanje, wisselen de machthebbers elkaar op.

Bij een bezoek aan Granada krijgt u veel herinneringen te zien uit de periode van de familie Nasreddin. Zij brachten rust en grote welvaart in deze stad. Uiteindelijk viel Granada in de handen van de Christenen in 1492. Dit betekende meteen het einde van de Reconquista en een hevig vervolg van de Inquisitie. Belangrijke delen van het Alhambra werden vernietigd voor de bouw van een paleis. Er werd een kathedraal gebouwd. Isabella en Ferdinand werden ernaast bijgezet in de koninklijke kapel. Natuurlijk kwam er ook een klooster. De bloeiende economie werd door de machtswissel niet teniet gedaan. De naam Granada komt waarschijnlijk voort uit de granaat-appelen die er veelvuldig groeien. Een andere betekenis van de naam Granada kan zijn dat de Moren de stad vroeger Karnattah (Gharnatah) noemden, dit betekende heuvel van de vreemden en hiermee werd gedoeld op het feit dat de Moren het langst hebben stand gehouden tegen de Rooms Katholieken onder leiding van Ferdinand II and Isabella I in Januari 1492 in de buurt van Granada.

Het werd in de twaalfde eeuw ingrijpend verbouwd na de Reconquista: een hoge muur onderbro-ken door torens omringt een klokketoren en een tweede veel lagere muur. In die tijd is in Granada de kasba van het Alhambra gebouwd, die tot de veertiende eeuw deel uitmaakte van het paleiscomplex.

Alhambra van Granada (Qalat al-Hambra: de rode citadel). Dit ingewikkelde bouwwerk, dat als een massief geheel werd opgetrokken op een heuvel die Granada beheerst aan de kant van de kasba van de Almohaden, kwam gedeeltelijk tot stand onder Joesoef I (1333-1354), daarna bouwde zijn zoon Mohammed V (1354-1391) het geheel af. De christelijke koning Karel de Vijfde heeft het Alhambra na 1526 verbouwd en aangevuld.

Na de val van het koninkrijk van Granada in 1492 was er opnieuw een christelijke eenheid op het schiereiland tot stand gekomen. Dat betekende echter de verdrijving van de joden en de “moren” en velen emigreerden naar de Maghreb, naar Syrië en naar het Ajjoebidische Egypte.



Cordoba:

In het jaar 786 werd onder emir Abdoer Rahman I een begin gemaakt aan de bouw van een moskee, La Mezquita (al-mesdjied in het Arabisch), die ook nu nog steeds tot de verbeelding spreekt. Pas in 953, toen Abdoer Rahman III al regeerde, werd de bouw van de moskee beëindigd. De moskee, een ruimte voor politieke en religieuze bijeenkomsten, bood plaats aan twintigduizend mensen. Het was na die van Mekka de grootste moskee van de islamitische wereld. De daken zijn bedekt met dakpannen of met stalactiet- of druipsteen-koepels. Het hele oppervlak is versierd met

geschilderde stucornamenten, vaak opengewerkt als tralies of in stervorm. Bloemenmotieven worden gecombineerd met arabesken en de getekende inscripties in het verticale Koefische schrift of in het kromlijnige, zwierige “Naschi” strekken zich uit over de kroonlijsten, de panelen en de stroken. Het rechthoekige bouwwerk wordt door achttien rijen zuilen in negentien schepen verdeeld. Overal keert het devies van de koningen van Granada terug: “La ghalibe iellallaah = Geen overwinnaar behalve God”. In de 16de eeuw werd een deel van deze moskee omgebouwd tot een kerk. De ingebouwde kathedraal is gebouwd op het grondplan van een Latijns kruis.

Het politieke en intellectuele leven speelde zich in die tijd af in Cordoba. De opvolger van

Abdoer Rahman III, al-Hakem II (961 – 976), stichtte één van ’s werelds omvangrijkste bibliotheken. Het kalifaat van Cordoba was op dat moment de machtigste en best georganiseerde staat van heel Europa.

Cordoba telde in de tiende eeuw 500.000 inwoners in een tijd dat Parijs ongeveer 38.000 inwoners telde, zevenhonderd moskeeën, driehonderd openbare baden, en zeventig bibliotheken. De straten waren er geplaveid en verlicht, wat in heel Europa iets ongekends was. De universi-teitsbibliotheek van de stad bestond uit vierhonderdduizend boeken en zou tegenwoordig één miljard euro waard zijn geweest. Dankzij hun veroveringen waren de Arabische woestijnbewo-ners nu schatrijk geworden: ze lieten de bewoners van de onderworpen streken belasting betalen als tegenprestatie voor de bescherming die ze van de Arabieren ontvingen.

In 850 schreef de bisschop van Cordoba : “Vele christenen lezen Arabische gedichten en verhalen of bestuderen de geschriften van Islamitische theologen en filosofen, niet om ze te weerleggen, maar om te leren zich beter in het Arabisch uit te drukken.”

Alle geschoolde jonge christenen kenden de Arabische taal en letterkunde en besteedden veel geld aan het aanleggen van dergelijke bibliotheken. Voor het grote merendeel waren ze niet in staat een redelijke Latijnse brief te schrijven, maar ontelbaren drukten zich zeer elegant in het Arabisch uit en konden Arabische gedichten schrijven. Aan de universiteiten van Cordoba, Sevilla, Granada, Malaga en Almeria werden astronomie, wiskunde en medicijnen gedoceerd, vakken die in het christelijke Europa nauwelijks bekend waren.



Bagdad

is de hoofdstad van Irak. De stad ligt aan de Tigris en telt circa 5 miljoen inwoners. Bagdad werd in 762 gesticht onder de naam Madinatoes Salam, de Stad van de Vrede. Het werd (met tussenpozen) de hoofdstad van het islamitische kalifaat van de Abbasiden. Het rijk werd daarvoor vanuit Damascus geregeerd. In feite was Bagdad de naam van een dorpje in de buurt, die overging op de nabijgelegen stad.

In luttele jaren verrezen er een enorm paleis en een grote moskee en de stad groeide explosief door de toestroom van mensen uit de hele islamitische wereld. De stad bloeide als handelsstad doordat een groot deel van de handelswegen tussen Azië en Europa via Bagdad gingen. De grote havenstad Basra aan de Perzische Golf zorgde voor een goede verbinding met de Indische Oceaan. Zo kwamen belangrijke zeeroutes vanuit Oost-Afrika en Zuid-Azië bij Bagdad samen. De kunsten en wetenschappen werden gestimuleerd door de intellectuele vrijheid die de Abbasiden voorstonden en er ontstonden beroemde studiecentra met onder andere een grote stadsbibliotheek waar vanuit de hele bekende wereld studenten en geleerden kwamen studeren en onderwijzen. Bagdad werd een belangrijk centrum voor het instandhouden van de vroegere Helleense geschriften. Een deel van de klassieke literatuur is alleen nog bekend uit Arabische vertalingen die hier bewaard en becommentarieerd werden. Ook de geneeskunde stond op hoog peil. Uit deze periode (de 9de eeuw) dateren de Verhalen van 1001 nacht, waarin Bagdad en zijn beroemde kalief Haroen al Rashid een belangrijke rol spelen.

Tot in 1258 bleef Bagdad een van de belangrijkste steden van de islamitische wereld en van West-Azië. In dat jaar verwoestten de Mongolen Bagdad en doodden bijna de gehele bevolking en de laatste kalief van de Abbasiden in een orgie van geweld. Hierna namen andere cultuurcentra in het Midden-Oosten Bagdad’s rol over, met name Egypte en Moors Spanje. In 1401 werd de stad opnieuw door Mongolen geplunderd, en in 1534 viel Bagdad in handen van de Turken. Na de val van het Ottomaanse Rijk in 1917 werd Bagdad in 1920 de hoofdstad van Irak en werd het bestuurd door de Britten.

In de Golfoorlog van 1991 en die van 2003 onderging de stad zware bombardementen. In april 2004 kwam de stad in handen van het Iraak’s verzet.



Basra

is de op een na grootste stad van Irak. De stad ligt op ruim 100 km van de Perzische Golf aan de Sjat al-Arab (het verlengde van de Tigris en de Eufraat) in het uiterste zuidoosten van het land. Ze telt vermoedelijk ruim 1,3 miljoen inwoners.

Basra werd in 636 gesticht door kalief Omar, maar die stad werd in de dertiende eeuw door Mongoolse plunderaars verwoest. Het huidige Basra werd even stroomopwaarts gebouwd. Sinds Basra in 1546 door de Turken werd veroverd, was de stad een voortdurende twistappel tussen de Turken en de Perzen. De bevolking was en is in meerderheid Arabisch en sji’itisch moslim.



Fes

is de oudste keizerstad van Marokko. Ze is niet alleen een bekend productiecentrum voor de kunstnijverheid, maar ook de religieuze, intellectuele en artistieke hoofdstad van het land. Deze stad wordt ook wel “het Athene van Afrika” genoemd, deels omdat ze een universiteit heeft die vroeger werd gesticht dan de Sorbonne van Parijs.

Fes werd gesticht door Idriss I in het jaar 789. De stad is onderverdeeld in twee delen: Fes el Bali, het oude Fes en Fes el Jedid of het nieuwe Fes. Fes el Bali is door de Unesco uitgeroepen tot cultureel erfgoed van de mensheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *