De Adolescentie en De Puberteit

1.Inleiding

De term adolescentie wordt gebruikt voor de periode tussen de kinderjaren en volwassenheid, globaal beschouwd is dit de leeftijdsperiode van 12 tot 22 jaar. De puberteit valt binnen de adolescentieperiode waarin geslachtsrijping plaats vindt. Volgens de islamologen wordt het begin van de puberteit globaal geschat op 9 jaar voor meisjes en op 12 jaar voor jongens. Deze periode eindigt met volwassen­wording. Dit kan een periode zijn van 17 tot 22 jaar.

De volledige adolescentie is een periode van overgang waarin zich op verschillende en in een zeer snel tempo ontwikkelingen voordoen.

De centrale taak in de adolescentie kunnen we omschrijven als het ontwikkelen van een eigen identiteit: de jongere maakt zich geleidelijk los van ouders en gezin en komt tot het ontwikkelen van een eigen stijl in relatie met mensen. Voor een moslim is dit het ontwikkelen van een islamitische identiteit en de bewustwording hiervan.

2.Puberteit

Meest opmerkelijk aan de puberteit is dat jongens en meisjes geslachtsrijp worden. Deze periode verloopt nogal zeer moeilijk voor de pubers en bijgevolg ook voor de ouders van de pubers. In de puberteit is er een belangrijke overgang van kind naar een jong meisje en een jongeman. Bij deze overgang doen zich op verschillende terreinen in een snelle tempo veel ontwikkelingen voor. Deze zijn onder andere lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkelingen.

Het meisje of de jongen gaat in deze periode op zoek naar zijn identiteit Deze identiteit wordt gevormd onder invloed van het gezin, de omgeving en de maatschappij.

Onze profeet heeft in een van zijn uitspraken ook gezegd dat elk kind als moslim op de wereld gebracht wordt en dat de ouders en de omgeving van het kind zijn identiteit en zijn godsdienst bepalen.

a.Lichamelijke ontwikkeling in de puberteit

Het typisch begin van de puberteit is ongetwijfeld de zogenaamde groeispurt. Dit is een versnelde toename van lengte en gewicht bij meisjes en jongens. Op korte tijd krijgen ze een heel ander uitzicht.

Meisjes krijgen hun eerste menstruatie en de jongens krijgen hun eerste zaadlozing. Dit wil zeggen dat ze allebei geslachtsrijp zijn. Hun geslachtsrijpheid is dan voltooid tegen hun 15de.

Het tijdstip van de groei verschilt naargelang het lichaamsdeel. Eerst groeien hoofd, handen en voeten, dan armen, benen, romp; eerst het onderste deel van het hoofd (kin, mond) dan het voorhoofd.

Bij jongens begint lichamelijke groei gemiddeld rond 13 jaar en eindigt rond 15 jaar en bij meisjes begint het gemiddeld op 10 jaar en eindigt rond 13 jaar.

Met de lichamelijke groei krijgt de puber bewegingsproblemen: te lange benen, te smalle borsten, te grote neus,…

Samen met de bewegingsproblemen krijgen de pubers ook gedragsproblemen. Zo is de jeugd eens opdringerig, onbeschaamd, open, durfal … Dan weer is hij eerder teruggetrokken, onverschillig, gesloten, enz…

b.Geestelijke ontwikkeling in de puberteit

Naast lichamelijke ontwikkeling is er ook een indrukwekkend geestelijke ontwikkeling in de jeugdperiode.

De puber is in deze periode in staat om vlugger en efficiënter taken uit te voeren. De problemen die er zijn, bekijkt de puber veel anders en er wordt totaal anders geredeneerd.

Het belangrijkste aan de geestelijke ontwikkeling is dat deze fase de vinding van de identiteit bevordert. Bij deze moet men zeer voorzichtig zijn.

c.Sociale ontwikkeling in de puberteit

Tijdens de puberteit ondergaat het kind ook een sociale ontwikkeling samen met ontwikkeling van de gevoelens.

Eerst stelt de puber zichzelf centraal. Hij bewondert zichzelf en ervaart zijn gevoelens als iets speciaals en uniek. Maar deze gevoelens overwint hij wanneer hij in contact komt met de leeftijdsgenoten en intieme vrienden.

De pubers zetten zich veel bewuster af tegen hun ouders om zichzelf te zijn. Ze zijn kritisch tegen zichzelf, hun gezin, de anderen en de samenleving in haar geheel. Zij zoeken hun plaats in de maatschappij. Zij stellen zich de vragen “Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik?”.

De jeugdigen willen zelfstandig worden om zo tot een identiteitsvorming te komen. Zij willen als blijvende personen zijn. Hierbij spelen natuurlijk modellen en idealen een belangrijke rol om hen te motiveren bij de identiteitsvorming. Zij moeten natuurlijk de juiste modellen voor zich hebben. Hierbij speelt het gezin, de opvoeding en de omgeving een zeer grote rol.

De belangrijkste taak van de ouders is hun kind de islam aan te leren. Het kind moet als peuter kennismaken met Allah, Allah liefhebben, islamitische begrippen leren, … De ouders kunnen later enkel datgene oogsten wat zij bij hun kind op jonge leeftijd hebben gezaaid.

3.Wat brengt de puberteit met zich mee voor een moslim puber?

Met de lichamelijke ontwikkeling moet een moslim puber een aantal verantwoordelijkheden op zich nemen.

Hij/Zij moet zich ten eerste aanpassen met zijn/haar klederdracht aan de islam. Meisjes moeten zich bedekken zoals in de Koran vermeld staat in Soera Noer verzen 30-31 d.w.z. dat ze hun lichaam en hun hoofd moeten bedekken met uitzondering van hun handen en hun gezicht. Natuurlijk moeten de jongens ook hun kleding aanpassen. Dit moeten de ouders hun kinderen op jonge leeftijd aanleren. Het is vooral de taak van het moslimgezin om het kind bepaalde godsdienstige verantwoordelijkheden aan te leren.

In de moslim gemeenschap moeten de ouders hun kinderen van kleins af aan beginnen islamitisch op te voeden. Men moet het kind bepaalde normen en waarden meegeven.

Onze geliefde profeet heeft zelfs aangeraden in een van zijn uitspraken om de kinderen op hun zevende jaar te laten bidden. Want dit is een voorbereiding voor de puberteit.

Vanaf de puberteit krijgt het kind een zeer belangrijke godsdienstige verantwoordelijkheid. En deze verantwoordelijkheid moet hij dragen tot de Dag des Oordeels.

De moslim puber is verantwoordelijk t.o.v. zichzelf, t.o.v. Allah en t.o.v. zijn ouders en de omgeving. Met deze verantwoordelijkheden wordt de moslim puber een moekellef (verantwoordelijke).

Hij moet de geboden en de verboden van Allah gehoorzamen. Voor zijn goede daden wordt hij beloond en voor de slechte daden wordt hij gestraft.

4.Moekellef (verantwoordelijke)

Om verantwoordelijke (moekellef) te kunnen worden zijn er twee voorwaarden aanwezig:

1) Men moet verstandig zijn d.w.z. dat men het onderscheid tussen goed en slecht, juist en fout, bevel en verbod moet kunnen inzien.

De zwak begaafden zijn niet bewust van hun daden, zij kennen het verschil niet tussen goed en slecht. Wie geen verstand heeft, heeft ook geen godsdienst.

2) Moekellef moet in de puberteitsperiode zijn. Met de puberteit krijgt het kind een bepaalde identiteit en is het kind zich ook bewust van zijn geslacht. Hierbij ontwikkelt zich ook een verantwoordelijkheidsgevoel voor alles dus ook voor de godsdienst. Zo kan hij de bevelen van Allah opvolgen.

Taken van een verantwoordelijke (Ef°aali moekallafïen)

Allah heeft in de Koran aan de moslims een groot aantal geboden en verboden opgelegd zoals “bid”, “vast”, “drink geen alcohol”, enz.. Een moekellef moet deze gehoorzamen. De geboden en de verboden kan men onderscheiden in acht soorten. Deze zijn de taken van een verantwoordelijke moslim:

1. Fard (verplicht):

De dingen die door onomstotelijke bewijs (kati`ie daliel) uit de Koran en de soennah onderbouwd worden. Handelingen zoals de wassing, het bidden, het vasten tijdens de Ramadan, het zakat geven van de rijken en het begrafenisgebed (djanazah gebed) behoren tot deze categorie. Dit soort geboden moeten absoluut opgevolgd worden. Degene die het uitvoert, wordt beloond en degene die dit nalaat zonder excuus, zal in het hiernamaals gestraft worden. Degene die deze geboden niet gelooft, is een afvallige van de godsdienst. Fard wordt in twee groepen verdeeld:

 
a. Fard-al ‘ain (individueel verplicht):

Een deel van deze verplichte geboden zijn voor iedere individuele moslim een verplichting die niemand in zijn plaats op zich kan nemen, zoals de wassing en het gebed.

b. Fard-al kifaja (collectief verplicht):

Er zijn ook enige religieuze handelingen, waarvan de verplichting voor degenen die deze niet verrichten vervalt, als tenminste een paar moslims ze verrichten, zoals het begrafenisgebed.

2. Wadjieb (noodzakelijk):

Andere verplichtingen waarvan het verrichten niet op duidelijke aanwijzingen zoals in het geval van de fards is gebaseerd. Het bewijs hiervan is niet duidelijk terug te vinden in de Koran en de soennah. Ook deze moeten verricht worden. Degene die het uitvoert, wordt beloond en degenen die ze nalaat, wordt hiervoor gestraft. Het verrichten van een speciaal gebed op godsdienstige feestdagen en het offeren van een dier op het offerfeest door degenen die daartoe het vermogen hebben.

3. Sunnah (aanbevelenswaardig):

Er zijn ook verrichtingen die niet verplicht (fard) of noodzakelijk (wadjib) zijn. Sunnah betekent de weg van Mohammed volgen in wat hij heeft gedaan, gezegd en geaccepteerd. Degenen die de sunnah volgen, vergaren verdienste (thawab). Degenen die ze zonder excuus nalaten, blijven verstoken van de voorspraak (sjafa’a) van onze Profeet bij het Oordeel. Soennah wordt ook in twee groepen verdeeld:

a. Sunnah mu’akkada (zeer aanbevelenswaardig):

Handelingen die onze Profeet vaak heeft verricht en zelden heeft nagelaten. Dit is bijvoorbeeld voor het gebruik om het verplichte ochtendgebed twee, voor het verplichte middaggebed vier en erna twee, na het verplichte avondgebed bij zonsondergang twee en na het nachtgebed twee rak°at te verrichten.

b. Sunnah ghairi mu’akkada (gewoon aanbevelenswaardig):

Dingen die onze Profeet soms wel deed en soms niet, b.v. de sunnah voor het verplichte namiddag gebed en voor het nachtgebed van vier raq’at. Het verrichten van deze handelingen brengt verdienste met zich mee, maar het nalaten ervan is geen zonde.

4. Moestahab (verdienstelijke):

Goede daden van de profeet die hij af en toe deed. Men heeft de moslims aangeraden om dit te doen, b.v. vasten buiten de ramadan, vrijwillig aalmoes geven. Moestahab wordt ook mendoeb of naafileh genoemd. Het laten hiervan brengt niets met zich mee.

5. Mubah (toegestaan):

Dingen die vrijelijk gedaan of nagelaten worden, zijn b.v. eten, drinken, lopen, slapen. Diegenen die deze handelingen verrichten krijgen geen verdienste of wie het niet verricht krijgt geen zonde.

6. Haram (verboden):

Dingen die door de godsdienst met een openlijk en duidelijk bewijs streng verboden zijn, zoals iemand doden, gokken, overspel plegen, stelen, liegen, zich tegen de ouders keren en intrigeren. Het is absoluut nodig dat dit soort verboden niet wordt overtreden. Het uitvoeren van haraam wordt gestraft en het laten ervan beloond. Degenen die dit soort dingen doen, worden in het hiernamaals gestraft en degenen die aan deze verboden niet geloven, zijn afvalligen.

Haraam handelingen kunnen we in twee verdelen:

a- Haraam lie °aynieh (rechtstreeks verboden):

Sommige handelingen zijn direct verboden. Bv. het eten van kadavers, varkensvlees, alcohol drinken, het overspel plegen.

b- Haram lie ghayrieh (indirect verboden):

Het gaat om zaken die in principe niet haraam zijn, maar daar ze aanleiding geven tot haraam, via andere reden worden ze haraam. Bv. gepikte voedsel eten, tegelijk met twee zusjes huwen, alcoholhoudende drank handelen.

7. Makroeh (afkeurenswaardig):

De zaken die op grond van minder duidelijke bewijzen verboden worden. Deze zaken vallen uiteen in twee kategorieën:

a-Makroeh tahriman:

De zaken die afkeurenswaardig zijn omdat ze als verboden beschouwd worden, b.v. het gebed verrichten tijdens zonsondergang.

b. Makroeh tanzihan :

De dingen die afkeurenswaardig zijn, maar geen schade veroorzaken.

Dit zijn dingen die verafschuwend zijn omdat ze als verboden beschouwd worden, ze liggen dichtbij de verboden dingen. Het is net zoiets als het nalaten van dingen die noodzakelijk zijn. Wat betreft de makroeh tanzihan moet men zich hiervoor hoeden en het is het beste om ook de dingen die afkeurenswaardig, maar niet schadelijk zijn te vermijden, b.v snuiten met de rechter hand.

8. Mufsid (ongeldig maker):

Dingen die een reeds begonnen verering ongeldig maakt zoals praten of lachen tijdens het gebed, alwetend eten en drinken tijdens de vasten. Het bewust doen van een mufsid is een zonde en zal bestraft worden. Maar voor het onbewust doen hiervan bestaat geen zonde.

Doelstellingen:

– De lln. kunnen de termen puberteit en adolescentie uitleggen
– De lln. kunnen algemeen de lichamelijke ontwikkelingen in de puberteit weergeven
– De lln. kunnen de geestelijke ontwikkelingen in de puberteit weergeven
– De lln. kunnen de sociale ontwikkelingen in de puberteit weergeven
– De lln. kunnen het belang van de puberteit voor een moslim uitleggen
– De lln. kunnen de voorwaarden van een moekellef (verantwoordelijke) opnoemen
– De lln. kunnen al de taken van een verantwoordelijke opnoemen en uitleggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *