De Afscheidspreek van de Profeet Mohammed (vzmh)

veda hutbesiANALYTISCHE STUDIE VAN DE AFSCHEIDSPREEK VAN DE PROFEET (V.Z.M.H)

De Afscheidspreek van de Profeet

“Alle lof komt Allah toe. Wij prijzen Hem. Wij zoeken Zijn hulp en vergeving en wij wenden ons tot Hem. We zoeken onze toevlucht tot Allah van het kwaad in onszelf en van de kwade gevolgen van onze eigen daden. Niemand kan misleid worden als Allah hem leidt en er is niemand die goed geleid kan worden als Hij hen op een dwaalspoor zet. Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, zonder deelgenoot. Ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is.

Ik raad u aan, dienaren van Allah, om Hem te gedenken en ik spoor u aan om Hem te gehoorzamen.

O mensheid! Luister goed naar mijn woorden! Ik weet het niet, maar misschien zal ik na dit jaar nooit meer in staat zijn om hier met jullie samen te komen.

O mensheid! Zoals deze dag een heilige dag is, en zoals deze maand heilige maanden zijn, en zoals deze stad (Mekka) een gezegende stad is, zo zijn jullie levens, bezittingen en bloed ook ‘haram’ – veilig voor elke vorm van geweld.

Mijn metgezellen! Morgen zullen jullie je Heer ontmoeten en zullen jullie verantwoording moeten afleggen over alles wat jullie vandaag doen en zijn. Keert niet terug tot jullie oude dwalingen en sta elkaar niet meer naar het leven. Laat degenen die hier zijn, dit doorgeven aan hen die hier niet aanwezig zijn. Tenslotte is het mogelijk dat zij die hier niet zijn het later horen van hen die hier aanwezig zijn, en het nog beter begrijpen en onthouden.

Alles uit die tijd van de Djahiliyyah heb ik onder mijn voet genomen. Hij aan wie goederen zijn toevertrouwd, moet dat aan de eigenaar teruggeven. Woeker is verworpen, maar wat geleend is moet teruggegeven worden. Ook die slechte gewoonte uit de tijd van de onwetendheid heb ik onder mijn voet genomen; de eerste rente die ik ophef is die van Abbas ibn Abdul Muttalib.

Mijn metgezellen! Ook bloedwraak heb ik onder mijn voet genomen. De eerste bloedwraak die ik hierbij ophef, is die van Rabia ibn Haris, die Huzayl gedood heeft.

O mensheid! Vreest Allah met betrekking tot vrouwen. Zij zijn aan u toevertrouwd en hebben rechten op u en u heeft rechten op hen. Hun eer en vrijwaring van zonde is u toevertrouwd voor het aangezicht van Allah.

O gelovigen, ik laat jullie een goed na, als jullie dat vasthouden en niet meer loslaten, zullen jullie nooit tot dwaling vervallen, en dat goed is de Koran.

O mensen, waarlijk, jullie God en Onderhouder is één en jullie voorvader is één. Jullie stammen allemaal van Adam af en Adam is uit aarde gemaakt.

Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier; noch is de blanke man beter dan de zwarte of de zwarte beter dan de blanke man, behalve dan door het Godsbewustzijn (taqwa) dat hij verkregen heeft. Waarlijk, de edelste onder jullie is degene met de meeste taqwa. O mensheid behoed u zelf voor overdrijving en fanatisme. De volkeren die voor u geleefd hebben zijn ten onder gegaan omdat ze fanatiek waren in hun godsdienst. O mensheid! Doe jezelf geen onrecht aan: op jezelf hebben jullie ook rechten.

O mensheid! Allah heeft iedereen die ergens recht op heeft, dat gegeven en omschreven (in de Koran). Er is geen testament nodig voor de erfgenaam. Het kind is van hem en haar in wiens bed het kind geboren is. Het recht van de overspelige is de steen en verstoting. Hij die pretendeert van een ander te stammen dan zijn vader, of degene die hem rechtvaardig heeft behandeld, verwerpt, zal Allah’s straf, de vervloeking van de engelen en de verachting van de moslims deelachtig worden.

O mensheid! De duivel heeft de hoop opgegeven door u aanbeden te worden, maar hij zal toch blij zijn met een aantal werken waarvan u denkt dat ze onbelangrijk zijn, zoals de tijd doden in leeghoofdigheid. Laat u op de weg van de Islam niet verleiden tot dat soort dingen. De tijd heeft zijn kringloop herhaald en herhaald, en is uiteindelijk weer tot het moment teruggekeerd waarop Allah het heelal schiep.

Betaal gewillig van jullie bezit de zakat en doe alles wat ik jullie beveel. Dan zullen jullie het Paradijs van jullie Heer en Onderhouder binnentreden.

O mensen! Morgen zal jullie over mij gevraagd worden, wat is jullie antwoord?”

De moslims antwoordden in spreekkoor: “Wij zullen getuigen dat je verkondigd hebt en datje het duidelijk hebt gemaakt en verklaard”.

De profeet hief zijn wijsvinger op naar de hemel en wees naar de mensen, en hij herhaalde driemaal: “Allahummasjhad, Allahummasjhad, Allahummasjhad.” O Allah wees mijn getuige!”

1. Begin van de preek

• De lof aan God :

“Alle lof komt Allah toe. Wij prijzen Hem. Wij zoeken Zijn hulp en vergeving en wij wenden ons tot Hem. We zoeken onze toevlucht tot Allah van het kwaad in onszelf en van de kwade gevolgen van onze eigen daden. Niemand kan misleid worden als Allah hem leidt en er is niemand die goed geleid kan worden als Hij hen op een dwaalspoor zet.”

• De eenheid van God :

“Ik getuig dat er geen god is behalve Allah, zonder deelgenoot. Ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is. Ik raad u aan, dienaren van Allah, om Hem te gedenken en ik spoor u aan om Hem te gehoorzamen. “

2. Het bloed en de goederen: het leven en het privaat bezit

• Het bloed (leven)

“O mensheid! Doe jezelf geen onrecht aan: op jezelf hebben jullie ook rechten. “

“O mensen, waarlijk, jullie God en Onderhouder is één en jullie voorvader is één. Jullie stammen allemaal van Adam af en Adam is uit aarde gemaakt. “

“Mijn metgezellen! Ook bloedwraak heb ik onder mijn voet genomen. De eerste bloedwraak die ik hierbij ophef, is die van Rabia ibn Haris, die Huzayl gedood heeft.”

• De goederen (privaat bezit)

“Hij aan wie goederen zijn toevertrouwd, moet dat aan de eigenaar teruggeven. “

“Allah heeft iedereen die ergens recht op heeft, dat gegeven en omschreven (in de Koran). Er is geen testament nodig voor de erfgenaam. Het kind is van hem en haar in wiens bed het kind geboren is. Het recht van de overspelige is de steen en verstoting. Hij die pretendeert van een ander te stammen dan zijn vader, of degene die hem rechtvaardig heeft behandeld, verwerpt, zal Allah’s straf, de vervloeking van de engelen en de verachting van de moslims deelachtig worden. “

“Betaal gewillig van jullie bezit de zekat en doe alles wat ik jullie beveel. Dan zullen jullie het Paradijs van jullie Heer en Onderhouder binnentreden.”

3. De heiligheid van Mekka (en Medina)

“O mensheid! Zoals deze dag een heilige dag is, en zoals deze maand heilige maanden zijn, en zoals deze stad (Mekka) een gezegende stad is, zo zijn jullie levens, bezittingen en bloed ook ‘haram’ – veilig voor elke vorm van geweld. “

4. Woeker (rente)

“Woeker is verworpen, maar wat geleend is moet teruggegeven worden. Ook die slechte gewoonte uit de tijd van de onwetendheid heb ik onder mijn voet genomen; de eerste rente die ik ophef is die van Abbas ibn Abdul Muttalib. “

5 .De gelijkheid tussen de rassen

“Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier; noch is de blanke man beter dan de zwarte of de zwarte beter dan de blanke man, behalve dan door het Godsbewustzijn (taqwa) dat hij verkregen heeft. Waarlijk, de edelste onder jullie is degene met de meeste taqwa.”

6. De zonde van het associëren (as-sjirk)

Definitie:

De letterlijke betekenis van ‘sjirk’ is het toekennen van deelgenoten, en de betekenis in de Sjari’ah is het toekennen van deelgenoten aan Allah in Zijn Eenheid (‘Uluhiyyah), Zijn Eigenschappen (Sifât) en Zijn Handelingen (Fi’ill). Met andere woorden, sjirk is het associëren van andere wezens met Allah: accepteren dat er een ander almachtig wezen is met dezelfde eigenschappen en handelingen als de Ene Almachtige Godheid: Allah.

In zijn afscheidspreek behoedt de Profeet de mensheid voor de duivel, die de zonde van ‘as-sjirk’ heeft begaan:

“O mensheid! De duivel heeft de hoop opgegeven door u aanbeden te worden, maar hij zal toch blij zijn met een aantal werken waarvan u denkt dat ze onbelangrijk zijn, zoals de tijd doden in leeghoof-digheid. Laat u op de weg van de Islam niet verleiden tot dat soort dingen. De tijd heeft zijn kringloop herhaald en herhaald, en is uiteindelijk weer tot het moment teruggekeerd waarop Allah het heelal schiep.”

7. De relatie man – vrouw

“O mensheid! Vreest Allah met betrekking tot vrouwen. Zij zijn aan u toevertrouwd en hebben rechten op u en u heeft rechten op hen. Hun eer en vrijwaring van zonde is u toevertrouwd voor het aangezicht van Allah. “

Evaluatie

1. Geef de twee belangrijke punten uit het begin van de afscheidspreek.

2. Welke drie aspecten licht de Profeet toe in verband met:

a) het bloed of het leven.

b) de goederen of het privaatbezit.

3. Wat wordt er gezegd over Mekka?

4. Welke rol speelt rente in de islam?

5. Zijn Arabieren beter dan andere rassen?

6. Leg uit: ‘taqwa’.

7. Verklaar de betekenis van as-sjirk.

8.  Geef het voorbeeld dat de Profeet aanhaalt.

9. Wie heeft volgens de Koran meer rechten, de man of de vrouw? Leg uit.

Pin It

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *