De Derde Kalief: Oesman ibn Affan

Osman1. Oesman ten dienste van de Islam in de tijd van profeet Mohammed (saw)

Hij leefde van 577 tot 657 N.C. Hij had een zeer zacht karakter en een groot schaamtegevoel. Door de oproep van Aboe Bakr (ra), is Oesman ibn Affan (ra) in de eerste jaren van de Islam moslim geworden. Hij behoorde tot één van de rijke families van Mekka. Toen hij moslim werd, heeft hij alles moeten achterlaten; zijn rijkdom, zijn familie, zijn macht enz… Hij gaf veel geld aan de armen en de wezen. Ook hield hij het leger in stand door zijn geldelijke steun. Vanaf het moment dat hij moslim werd, tot het einde van zijn leven, heeft hij onze profeet Mohammed (saw) geholpen en heeft hij voor de Islam alles gedaan wat hij kon doen.

In het vijfde jaar van de Islam, hadden moslims geen rust meer in Mekka door mishandelin-gen en martelingen van de mekkanen. Daarom raadde Mohammed deze kwetsbare moslims aan om Mekka te verlaten en naar Abbessinié te vluchten. Ook de dochter van Mohammed (saw) Roekiyya is samen met haar man Oesman Ibn Affan (ra) naar Abbessinië vertrokken.

Tijdens de emigratie van Mohammed (saw) naar Medina in het jaar 622, zijn de moslims die naar Abassinië emigreerden ook vertrokken naar Medina. Deze was hun tweede emigratie in de weg van de Islam.

In Medina was Oesman ibn Affan (ra) weer ter hulp van de Islamitische gemeenschap. In het tweede jaar van de Hidjra waren de oorlogen al begonnen. In de maand Ramadan bevond zich de slag bij Badr. Oesman (ra) is door de ziekte van zijn vrouw Roekiyya met toelating van de profeet, bij zijn vrouw gebleven. Roekiyya was gestorven voor de terugkomst van de moslims die in Badr streden. Toen Mohammed (saw) dat hoorde, had hij hier heel veel verdriet voor. Als schoonzoon had hij Oesman heel graag, hij wou dat Oesman als zijn schoonzoon bleef. Daarom heeft de profeet besloten om Oesman (ra) met zijn andere dochter Ummu Ghulsum te huwen. Daarvoor heeft Oesman Zinnoereyn als bijnaam gekregen dat de behouder van twee lichten betekende.

Oesman was geen goede strijder, maar hij probeerde met zijn hart en ziel met de vijand te strijden. Voor een overeenkomst met de mekkanen, voor het Hoedaibiyya verdrag heeft Mohammed (saw) als voorbode Oesman gekozen. Oesman heeft zonder twijfel de opdracht aanvaard. De eerste man die Oesman na aankomst in Mekka tegenkwam, was Aban ibn Sa’id. Hij vroeg hem zich garant te stellen voor zijn leven en veiligheid. De man stemde erin toe hem gedurende zijn onderhandelingen met de Koeraisj te zullen beschermen. Toen ging Oesman de leiders van Koeraisj opzoeken. Die zeiden tegen hem: “Oesman, als je het Heilige Huis wilt bezoeken, mag dat.” Hij antwoordde: “Het is niet aan mij voor de boodschapper van Allah het Huis van Allah te bezoeken.” Toen vertelden de Koeraisj hem dat ze plechtig hadden gezworen Mohammed niet in Mekka toe te laten.

Dat was het begin van lange, uitputtende onderhandelingen, die zo lang duurden dat geruchten het moslimkamp bereikten dat de Koeraisj de vriendelijke, gulle Oesman hadden gedood, als ook een man die met vreedzame bedoelingen tijdens de heilige maanden naar hen toe was gekomen. Toen had Mohammed (saw) besloten om met de mekkanen te vechten. Korte tijd later hoorden ze dat Oesman nog leefde. Het gerucht over Oesmans dood was een test voor hen geweest. Oesman keerde na een tijdje terug en zei dat, ondanks dat de Koeraisj er nu van overtuigd waren dat Mohammed (saw) niet was gekomen om te vechten, ze hem vanwege hun trots en prestige niet zouden toestaan dit jaar Mekka binnen te komen, omdat ze dat nou eenmaal hadden gezworen. Na nog een paar onderhandelingen hebben moslims en Koeraisjieten besloten om het verdrag van Hoedaibiyya te sluiten.

2. Oesman ibn Affan werd als khalief gekozen

In de laatste dagen van het jaar 23 (na de emigratie) werd de tweede khalief Hz. Omer (r.a), door een zoraaster slaaf zwaar gewond.

In de laatste dagen van zijn leven maakte Omer zich ongerust over de vraag “Wie zal na mij de moslims regeren?” Hz. Omer moest iemand kiezen die zonder twijfel de moslimwereld kon regeren. Door het belang van de zaak heeft hij niemand kunnen kiezen, daarom heeft hij voor deze zaak een overlegorgaan opgesteld. Die moesten zelf iemand kiezen tussen hen. Omer (r.a) had één per één met alle leden van het overlegorgaan het belang van de zaak besproken.

Het overlegorgaan bestond uit; Oesman bin Affan, Ali, Sa’d bin Ebie Wakkas, Talha, Zubeir, Abdoerrahman bin Awf (radiyallahoe °anhum). Elk lid werkte vanaf het begin van de Islam, met zijn hart en ziel voor de Islam.

Omer (ra) had aan zijn zoon ook een taak gegeven; hij moest binnen het overlegorgaan blijven maar hij mocht zich niet als kandidaat stellen. Hij moest enkel aan de kant staan, aan wie de meerderheid zijn stem geeft. Als ze 3-3 gelijk zijn dan moest hij zijn stem gebruiken voor het lid aan wie Abdoerrahman zijn stem geeft. Hz. Omer sneuvelde in het begin van het jaar 24 (na de emigratie).

Leden van het overlegorgaan moesten snel een oplossing vinden. Daarom heeft Abdoerrahman b. Awf voorgesteld het getal van de kandidaten te verminderen naar drie, andere leden vonden het goed. Zubeir stemde voor Ali, Talha voor Oesman en Sa’d voor Abdoerrahman. Abdoerrahman heeft zich teruggetrokken als kandidaat. Als leider heeft Abdoerrahman ideeën van het volk gewaagd. Oesman werd als khalief gekozen, Ali was de eerste persoon die dat goedkeurde.

Het eerste wat Oesman deed, was een gesprek houden over het leven in het hiernamaals. Mensen moesten dus in de wereld werken voor de verdiensten van het hiernamaals.

3. Oesman zijn khalifaat (644-656)

Allereerst heeft hij de lonen van het leger met 200% verhoogd.

Hij heeft voor de reizigers en voor de arme mensen een plaats laten maken waar ze op elk moment konden eten.

Hij heeft de tweede adzaan (oproep) laten lezen voor het vrijdagsgebed.

Hij heeft naar elke gouverneur een brief gezonden, zodat ze niet buiten de rechten en plichten van Allah mogen werken.

a) Veroveringen tijdens zijn regering:

De grenzen van het islamitische rijk verlegden zich. In de tijd van Oesman’s khaliiaat over-heersten moslims Soedan tot de omgeving van Dongola, een deel van Andalusië (Spanje) en in het oosten hadden ze de Oxus overschreden en sommige delen van China bereikt. De eilanden Cyprus, Rhodos en Kreta behoorden tot de Islamitische grenzen en Istanboel ervaarde zijn eerste verovering.

b) Verzameling van Koran tijdens Oesmans regering

De eerste verzameling van de Koran gebeurde in de tijd van de eerste khalief Aboe Bakr. Dat was gewoon een samenbrengen van alle soera’s, door de secretaresse van Moehamrned (saw) Zaid ibn Thabit. De reden van deze verzameling was dat veel recitatoren van de Koran gemarteld waren tijdens de Yemame oorlog.

De tweede verzameling gebeurde tijdens de derde khalief Oesman. De reden van deze verzameling was dat vele moslims in die tijd de zeven leeswijzen van de Koran niet kenden.

Bovendien bestonden er meningsverschillen over de juiste lezing van sommige letters en speelden ook de diverse dialecten van het Arabisch een rol. Tegen deze achtergrond begonnen sommigen andere verwijten te maken over de wijze waarop zij de Koran reciteerden. Dit leidde

tot meningsverschillen onder de mensen. Hudhayfa ibn al-Yaman die de mensen van Syrië en Irak leidde bij de verovering van Armenië en Azerbeidjaan, wendde zich tot de khalief Oesman om zijn bezorgdheid te uiten over hun meningsverschil betreffende de juiste leeswijze van de Koran. Hij zei tegen Oesman: “O bevelhebber der gelovigen, neem toch de zaak van deze gemeenschap ter harte voordat zij op de wijze van de Joden en de Christenen van mening gaan verschillen (over de juiste leeswijze van de openbaring).”

Hierop heeft Oesman opdracht gegeven aan Zaid ibn Thabiet zodat hij met een groep mensen de verzameling van de Koran, die tijdens Aboe Bakr gedaan werd, eens te lezen en om deze in boekexemplaren te kopiëren. Voorts beval hij om alle overige bestaande bladen en boekexemplaren van de Koran te verbranden.

c) De beschuldigingen aan Hz. Oesman en zijn marteling

Oesman (r.a) had aan zijn familieleden werk geboden binnen de overheidsorgaan. Hij kon natuurlijk niet weten dat zij fouten gingen doen. Door de fouten van die mensen werd Oesman (r.a) beschuldigd.

Hierop zijn verschillende groepen uit verschillende steden naar Medina vertrokken; 700 mensen uit Egypte, nog andere groepen uit Basra en Koefa. Abdoellah ibn Sebe’ leidde deze groepen. Dit was eigenlijk een spel tegen Oesman (r.a) want ze wisten ook dat mensen fouten konden maken, enkel Allah maakt geen fouten. Oesman (r.a) heeft een korte gesprek gehouden met die groepen, hierop keerden ze terug.

Geruchten als zou hij de familie van de gouverneur teveel belonen, zorgden voor zijn dood door moord. Eerst verwondden ze hem tijdens het gebed, later drongen zij zijn huis binnen, waar hij Koran las, en doorstaken zijn lichaam. Hij stierf de martelaarsdood.

Hij behoorde tot de tien mensen die al tijdens hun leven hoorden dat zij in het paradijs zouden komen.

Pin It

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *