De Goddelijke Wijsheid Inzake Het Verbod van Sommige Handelingen,Houdingen of Producten

Het is zeer moeilijk voor een mens om zelf zijn wetten te bepalen. Allah heeft dat voor ons gedaan. Hij weet alles, dus als we Zijn weg volgen, wordt het heel gemakkelijk. Allah heeft de mens geschapen en Hij weet best wat goed is voor de mens. In de Koran zegt Allah: “Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat slecht voor jullie is. God weet en jullie weten niet.” Koran:2/216

Allah zegt ook in de Koran: “Zij die ten dienste staan van de Boodschapper, de ongeletterde Profeet, de Verkondiger der verborgen tijdingen, die zij opgeschreven zullen vinden bij zich in de Thora en het Evangelie; hij zal hen het goede bevelen en van het kwade weerhouden en hen de reine dingen toestaan en hen de onreine dingen verbieden en van hen de last en de halsboeien die op hen waren wegnemen. Zij dan, die in hem geloven en hem eren en hem helpen en het licht volgen, dat met hem is nedergezonden, diegenen zijn de succesvollen.” Koran:7/157

De islam is een veelomvattende godsdienst en geeft voor haar volgelingen een gebruiksaanwijzing voor alle aspecten van het leven. De reden daarvoor is eenvoudig: het leven van de mens is een geheel van facetten; een gebrek in een enkel facet van dat leven kan het hele leven beïnvloeden. De mens is geest, ziel, lichaam. Hij heeft psychische en lichamelijke behoeften. Hij is lid van zijn sociale omgeving, de familie, de samenleving en van de staat. Daarom reguleert de islam alle aspecten van het leven, waaronder ook wat te eten en wat niet, en wat te drinken en wat niet, en hoe te kleden en hoe niet.

Het principe van gematigdheid

Wat eten betreft, beveelt de islam de mens aan om gematigd te eten. Allah zegt in de Koran (7.31): “…eet en drink en verspil niet door buitensporigheid wat niet gegeten mag worden.”

1. In de islam is het verboden om het vlees van een dier te eten, dat uit zichzelf gestorven is en om bloed te eten. We kunnen ook zien, dat alle volkeren die een geopenbaard boek hebben, geen vlees van een dier eten, dat niet geslacht is. Dit was ook al in de wet van Mozes verboden. Er zijn een aantal duidelijke redenen voor dit verbod:

a) Het eten van vlees van dode dieren is voor een beschaafde smaak iets weerzinwekkends en wordt door alle weldenkende mensen in alle samenlevingen tegenstrijdig met de menselijke waardigheid geacht.

b) Als een dier een natuurlijke dood gestorven is, dan is dat waarschijnlijk omdat het een acute of chronische ziekte had; omdat het een giftige plant gegeten had, of om iets anders soortgelijks. Het vlees van zo’n dier is waarschijnlijk niet geschikt voor menselijke consumptie. Hetzelfde is het geval, als het dier van ouderdom of honger gestorven is.

c) Het verbod moedigt de eigenaar van een dier aan het tegen ziekten en ondervoeding te beschermen want als het sterft is het vlees verspild. Als het dier ziek wordt zal hij proberen snel een geneesmiddel te vinden, of zich te haasten om het te slachten.

2. Het tweede verbod slaat op vloeiend of vloeibaar bloed. Het is niet verboden om het bloed te eten dat in het vlees achterblijft nadat het dier geslacht is en men zijn best heeft gedaan om het verwijderen.

3. De islam verbiedt ook het eten van varkensvlees. Omdat een varken van vuil en afval houdt, is zijn vlees voor iemand met een fatsoenlijke smaak iets weerzinwekkends. Verder heeft medisch onderzoek uitgewezen, dat het eten van varkensvlees in elk klimaat (en wel in het bijzonder in hete klimaten) de gezondheid schaadt. Wetenschappelijk onderzoek heeft verder bewezen dat varkens onder andere een dodelijke parasiet (trichina) bij zich dragen, en niemand kan zeggen welke ontdekkingen de wetenschap in de toekomst zal doen om de wijsheid van dit verbod nog meer te verduidelijken.

Sommige geleerden zeggen bovendien, dat door het eten van varkensvlees het menselijk gevoel voor schaamte en voor wat onfatsoenlijk is, afstompt.

4. De islam verbiedt ook het eten van vlees van een dier dat geslacht is zonder dat daarbij de Naam van Allah is uitgesproken of waarbij een andere naam is uitgesproken bijvoorbeeld de naam van een afgod.

Het valt op dat in de islam Allah het leven van de moslim beheerst. Als een moslim een dier slacht, moet hij de Naam van Allah uitroepen. Als een moslim begint te eten, zegt hij de Naam van Allah. Als een moslim eindigt met eten, dankt hij Allah. In de islam leren we wat de juiste manier is van slachten: het bloed moet volledig uit het lichaam van het dier gevloeid zijn, want bloed draagt het grootste deel van de gifstoffen van het lichaam in zich.

Als de Arabische polytheïsten een dier slachtten, riepen zij daar namen van hun afgoden bij aan, zoals al-Lat of al-Uzza. Een dergelijke praktijk is een godsdienstige hande­ling, die aan een ander aanroept dan Allah gericht is. Het is een soort aanbidding waarin Zijn glorieuze naam niet ge­noemd wordt.

In dit geval heeft de reden tot verbod uitsluitend betrekking op het geloof: om het geloof in de Éénheid van Allah veilig te stellen, de aanbidding te reinigen en om sjirk en polytheïsme, in welke vorm dan ook, te bestrijden.

5. De islam verbiedt ook om roofvogels of roofdieren met klauwen te eten.

6. De gewurgde: dat is een dier dat gewurgd is door bijvoorbeeld een touw om z’n nek of een dier dat gesmoord is, bijvoorbeeld doordat iets over zijn hoofd gelegd is waardoor het gestikt is.

7. Het geslagene: een dier dat dood is geslagen door een stok of een ander voorwerp.

8. Het gevallene: een dier dat door een val van een hoge plaats om het leven is gekomen, of dat in een ravijn gestort is.

9. Het gespietste: een dier dat omgekomen is, doordat het gespietst is op de hoorns van een ander dier.

10. Dat wat (gedeeltelijk) gegeten is door wilde dieren: een dier dat gedeeltelijk door wilde dieren verslonden is en daardoor om het leven is gekomen.

Allah maakt een uitzondering voor “dat wat gij wettig hebt gemaakt door slachting”. Dat betekent dat als men bij zo’n dier komt als het nog leeft en het dan slacht, het onder het halal voedsel valt. De juiste betekenis van “als het nog leeft” is, dat er nog levenstekenen worden waargenomen. ‘Ali ibn Aboe Talib zei: “Als je het geslagene, het gevallene of het doorspietste dier kan slachten als het nog een hoef of een been kan bewegen, dan mag je het eten.” Als het kan worden geslacht als het zijn been, zijn staart of zijn oog nog bewegen, dan is het halal. Volgens sommige geleerden moet er leven in zitten, waarvan de tekenen: zijn het stromen van bloed en reflex-bewegingen.

De uitzondering van voedsel uit de zee en sprinkhanen

De islamitische Shari’ah heeft een uitzondering op de consumptie van dode dieren gemaakt voor vis, walvissen en andere dieren uit de zee. Toen de Profeet (vzmh) over de zee werd ondervraagd, antwoordde hij: “Het water is zuiver en zijn doden zijn halal.” (Overgeleverd door Ahmad en andere samenstellers van de Soennah)

Allah Te°ala zegt: “De vangst uit zee en het eten ervan is wettig voor u als voorziening voor u zelf. Al-Ma’ida: 96

En ‘Omar legde dit als volgt uit: “Het wild van de zee is dat, wat eruit gevangen wordt en zijn eten is dat wat eruit wordt geworpen.” Ibn ‘Abbas zei: “Het eten (van de zee) is zijn dode gedierte.”

In twee hadiths van Boekharie en Muslim wordt er op gezag van Djabir verteld, dat de Profeet (vzmh) een keer de metgezellen op een expeditie uitstuurde. Bij de zee vonden ze een dode walvis en zij voedden zich daarvan gedurende 20 dagen. Bij hun terugkeer in Medina vertelden zij de Profeet (vzmh) hierover en hij zei: “Nuttig het voedsel, dat Allah u gebracht heeft, en voed ons ervan als er nog wat van over is.” Zij brachten hem een stuk van de walvis en hij at ervan. (Overgeleverd door Boekhari)

Door een zelfde soort bewijs zijn sprinkhanen van de categorie dode dieren uitgezonderd. De Profeet (vzmh) gaf toestemming om dode sprinkhanen te eten, aangezien de vraag van het slachten bij springhanen niet ter sprake komt. Ibn Aboe ‘Awfa zei: “We zijn met de Profeet (vzmh) op zeven expedities geweest en we hebben samen met hem sprinkhanen gegeten.”

Wat, niet gedronken mag worden

Wat drinken betreft, de islam verbiedt het drinken van bedwelmende dranken. Elke drank die bedwelmt is verboden, waar ze ook van gemaakt is: druiven, graan, gerst, dadels of van enig andere plant.

Allah is genadig. Hij heeft de mens niet geschapen om hem daarna aan zijn lot over te laten, zonder enige leiding. In de islam leert Allah ons hoe ons gedrag te vormen met betrekking tot Hem, andere mensen, onze ouders, onze kinderen en ons eigen lichaam.

De islam verbiedt bedwelmende dranken, omdat die de mens psychisch, lichamelijk, sociaal en geestelijk kunnen schaden. Het is bekend dat wijn en dergelijke dranken de werking van de hersenen kunnen beschadigen en ook het verteringsstelsel en het hart kunnen schaden.

Als we kijken naar landen waar alcoholische dranken toegestaan zijn, zien we dat veel misdaden onder invloed van alcohol gebeuren en veel auto-ongelukken geschieden doordat de chauffeur onder invloed van alcohol is. Sommige topgeheimen lekken uit doordat mensen onder invloed van alcohol zijn. Veel zonden worden begaan onder invloed van alcohol. Veel echtscheidingen vinden plaats doordat de echtgenoot of de vrouw een alcoholgebruiker is.

In de islam is een druppel wijn net zo verboden als een glas wijn. Het islamitische beginsel is aldus: als een grote hoeveelheid van een drank bedwelmt, dan is een kleine hoeveelheid van die drank verboden. De reden daarvoor is duidelijk: grote hoeveelheden ontstaan meestal uit kleine hoeveelheden. Als een persoon eenmaal een beetje wijn drinkt, dan is het moeilijk te voorspellen wanneer hij ermee zal ophouden of hoe het verder zal gaan.

Elke verordering in de islam heeft als doel de mens te helpen, hem geluk te schenken, zijn lichaam of geest te beschermen en hem in harmonie te brengen met zichzelf, met Allah, met andere mensen, met de wereld om hem heen, met zijn familieleden.

De kledingsvoorschriften

Wat kleding betreft leert de islam ons te dragen wat we verkiezen, op voorwaarde dat we overdaad en onzedelijkheid uit de weg gaan. In de islam hoort een man kleding te dragen die hem minstens bedekt van de navel tot de knie. Een man mag geen goud of zijde dragen.

In de islam hoort een vrouw kleding te dragen die heel haar lichaam bedekt, behalve haar gezicht en haar handen. En haar kleding hoort wijd te zijn, zodat ze niet haar lichaamsvormen toont. De islam waardeert de vrouw. Haar lichaam is niet bedoeld voor openbare tentoonstelling.

In de islam mag de vrouw niet misbruikt worden om seksueel op te winden. Zij moet respectabel gekleed gaan: geen enkel deel van haar lichaam mag zichtbaar zijn, behalve haar gezicht en handen.

Daarom beschermt de islam het gezin ondermeer door van vrouwen te eisen dat ze zedelijke kleding dragen. Zedelijke kleding van vrouwen beschermt vrouwen en mannen.

Pin It

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *