De historiek van de Koran

1.De historiek van de Koran

a.Verzamelen en bewaren van de geopenbaarde teksten door ‘t memoriseren en door op te schrijven:

De Heilige Koran, het Heilige Boek van de Islam, is door God aan Profeet Mohammed (vzmh) geopenbaard gedurende een tijdsbestek van 23 jaar.

De openbaring van de Koran, aan de profeet Mohammed (vzmh), begon in 610 N.C. in de grot Hira met soera “Al-°Alak” (de bloedklomp). De profeet (vzmh) ontving de eerste Koranopenbaring op zijn veertigjarige leeftijd.

De openbaring die Mohammed (vzmh) ontving, waren twee soortig: Soms kwam de engel Gabriël in de gedaante van een man en soms was de openbaring als het luiden van een bel, hetgeen een zeer zware opgave was.

De volgorde waarin Allah gedurende 23 jaar aan Mohammed de openbaringen zond, en die niet in de volgorde is zoals de Koran nu te boek staat, had ook een bepaalde functie en was zeker niet willekeurig. Vaak was de tekst zoals deze door Gabriël overgebracht werd een antwoord op concrete situaties. En ook regelde de volgorde van de openbaringen, de ‘stapsgewijze’ invoering van de Islam. Zoals we ook die nu nieuw in Islam zijn gekomen stap voor stap ons ontwikkelen en ons de Islam ‘eigen’ maken. De openbaring van de Koran was een heel proces. En ook voor ons is het leren lezen nu, het begrijpen van de Koran, een heel proces waarbij ons hele leven aan zouden kunnen wijden.

De Koran is een van de grootste wonderen van Mohammed en het lijkt niet op het menselijke woord. Gabriël kwam een keer per jaar om de Koran, zoverre deze geopenbaard was, te reciteren. Telkens wanneer een gedeelte van de Koran aan de Profeet werd geopenbaard, leerde hij de geopenbaarde verzen van buiten en vroeg zijn schrijvers daarna ze op te schrijven.

Hij werd voortdurend gereciteerd en door duizenden in zijn geheel van buiten geleerd. In het jaar dat de Profeet de volgende wereld met zijn aanwezigheid zou vereren kwam Gabriël twee keer, om het geheel te reciteren.

Kort na de dood van de Profeet, werden vele kopieën van de Koran gemaakt en naar verschillende landen gezonden.

De Koran, werd reeds tijdens het leven van de Profeet opgeschreven, is thans nog steeds zoals hij was in de tijd van de Profeet met een absoluut onveranderde tekst en bezit daarom een volledige betrouwbaarheid. Tevens is de heilige Koran, als laatste boek van Allah, aan de mensheid geschonken als leidraad voor alle mensen op aarde om hen te leiden op de juiste weg (islam).

b.Definitie van de Koran

Het woord Al -Koran in het Arabisch betekent letterlijk “het boek om te lezen” of “het gelezene”, het reciet.

c.Het belang van ’t lezen en het schrijven in de Islam

De sterkste en meest rechtvaardige volkeren zijn gegroeid d.m.v. kennis. Vandaag de dag is de verbazingwekkende vooruitgang het logische gevolg van wetenschap. Vanaf het ontstaan van de Islam tot op heden is deze gebaseerd op kennis, de Islam heeft zich kunnen uitbreiden van het licht die kennis uitstraalt.

Het eerste wat onze Almachtige God zijn profeet gebood was: “Lees in naam van God die het leven aan zijn profeet heeft geschonken.”

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
1. Lees in de naam van uw Heer, de Schepper.
2. Die de mens uit geronnen bloed schiep.
3. Lees, want uw Heer is de meest Eerbiedwaardige.
4. Die (de mens) door middel van de pen onderwees.
5. Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende. (Al-°Alak: 1/5)

Onze profeet herinnerde ons eraan om ons te wenden naar diegene die nog beter en nog sterker was. Hij zei dat als twee dagen gelijk waren aan elkaar, die mensen verdwaald en in het nadeel waren.

In Medine, naast de gebedsplaats van onze profeet, ligt Soeffe. Daar waren mensen dag en nacht bezig met het verkrijgen van kennis. Inwoners van Medine zorgden voor hun onderhoud, onze profeet stuurde ook alle giften door naar de mensen die in Soeffe waren.

Dat de Islam grote waarde hecht aan het verkrijgen van kennis wordt nog duidelijker door de volgende woorden van de profeet:

* “kennis verkrijgen is voor elke moslim, man of vrouw, verplicht.”

* “diegene die kiest voor deze wereld, moet kennis verkrijgen, diegene die kiest voor het hiernamaals moet kennis verkrijgen, en diegene die kiest voor beiden moet weer kennis verkrijgen.”

*“de positie van kennis is het hoogste van alle posities.”

* “vraag naar kennis van wieg tot graf.”

Andalusische koran A. Memoriseren van de Koran

De verdiensten en de grote personaliteiten onder de Metgezellen die de Koran uit het hoofd hebben geleerd.

De praktijk om de Koran uit het hoofd te leren stamt uit de tijd van de profeet Mohammed zelf. De kaliefen en de Moslim-staatshoofden hebben die praktijk steeds aangemoedigd.

Vanaf de allereerste tijden hebben de moslims de gewoonte aangenomen, alvorens een werk voor onderwijs of voor publicatie door te geven, het aan de auteur ervan (of aan zijn leerling) voor te lezen met de bedoeling, na verbeteringen, van hem een bewijs van authenticiteit over het manuscript te bekomen.

Lezers en recitatoren van het Koran deden hetzelfde, gaven daarin zelfs het voorbeeld. Dit gebruik is tot in onze tijden blijven bestaan. Met die merkwaardige bijzonderheid dat, in zijn certificaat, iedere meester stelt alleen vast dat de lezing van zijn leerling authentiek is. Maar ook gelijk aan deze die hemzelf van zijn meester heeft geleerd en dat die laatste hem ook had meegedeeld dat hij op zijn beurt die lezing van zijn meester had geleerd. Zo voorts tot aan de Profeet.

Het aantal hafiz in de wereld bedraagt verscheidene honderdduizenden; en de afschriften van de tekst zijn over de vier hoeken van de wereld verspreid. Het is treffend; te kunnen vaststellen dat er geen enkel verschil is tussen de teksten die in het geheugen van de hafiz (die de ganse Koran uit het hoofd kennen) bestaan en de geschreven kopieën bij de anderen over de uiteinden van de wereld verspreid.

 

B. Het per schrift codificeren van de Koran

1- Samenbrengen van de Koran ten tijde van de Profeet:

a.aanstelling van de optekenaars van de Openbaring

Ieder woord van de Koran werd spoedig na de openbaring van Allah aan de profeet (vzmh), door tussenkomst van de engel Gabriël opgeschreven. De secretaris van de Profeet (vzmh), Zaïd Bin Sabit, registreerde exact wat de Profeet (vzmh) hem vertelde. Hij las wat hij opgeschreven had voor aan de Profeet (vzmh). Vele van de vroege moslims leerden die geopenbaarde verzen ook direct uit hun hoofd. Enkele van deze hafiz (personen die de Koran uit het hoofd kennen) waren Moad ibn Djabal, Oebada ibn As-Samit, Aboe Darda, Aboe Ayyoeb en Oebayy ibn Kab

 

2-Samenbrengen van de Koran ten tijde van de eerste kalief Aboe Bakr

a.De redenen

Toen de profeet de geest gaf, was er een opstand aan het gang en het neerslaan ervan bracht bij de moslims de dood mee van een aantal van hun meest vermaarde kenners van de Koran. Abu Bakr begreep onmiddellijk de dringende noodzaak de Koran op schrift te stellen. Deze taak werd na enkele maanden van de dood van de Profeet verricht.

b.De voorwaarden van het verzamelen

Tijdens de laatste jaren van zijn leven gebruikte de Profeet Zaid Ibn Sabit als zijn belangrijkste secretaris om hem de koran openbaring te dicteren.

De kalief belastte dezelfde persoon met de voorbereiding van een afschrift van de ganse tekst in vorm van een boek. Er waren in Medina een bepaald aantal hafiz met onder hen de schrijver

Zaid Ibn Sabit, die ook de reeds vermelde ‘Arda Akhiera’ (laatste lezing van de Koran met de engel Gabriël) had bijgewoond; maar de kalief legde hen op voor elke vers twee geschreven getuigennissen ter vinden alvorens het in de definitieve tekst op te nemen.

Op het verzoek van de kalief brachten de inwoners van Medina hem de afschriften van de fragmenten van de Koran, die waren verbeterd aan de hand van de persoonlijke lezing van de Profeet.

c.Moeshaf

De bronnen vermelden dat slechts twee verzen bij een enkel persoon op schrift stonden, al de anderen steunden op meerder verslagen van de directe dictaat van de Profeet. De kopie, die men ‘Moeshaf’ (verzamelde bladen) noemt werd bij de kalief Abu Bakr bewaard. Na hem bij zijn opvolger.

3-Samenbrengen van de Koran ten tijde van de derde kalief Osmaan

a.De oorzaken

Tot in de tijd van de derde kalief Osmaan, waren de Islamitische grondgebieden met een snelle vaart toegenomen. Deze toename zette zich voort, zodat de gebieden van Azarbaydjan (Noorden) tot in Afrika uitstrekten. In deze veroverde landen ontstond er grote nood aan de Koran. Ondertussen werd het onderwijs van de Koran overal in het moslimrijk aangemoedigd. Er ontstond de behoefte aan de authentieke afschriften naar de verschillende centra te zenden om elke afwijking te voorkomen. Kalief Osmaan deed dit onder de volgende omstandigheden: Een van zijn luitenanten keerde uit het verre Armenië terug en meldde dat er verschillen waren in de afschriften in de Koran en zelfs twisten onder de verschillende meesters.

b.De Commissie belast met deze zaak

Daarop richtte kalief Osmaan opnieuw een commissie op, bestaande uit twaalf leden, weer onder leiding van Zaid Ibn Sabit. Op basis van de originele versie, die in de tijd van kalief Abu Bakr tot een geheel werd gebundeld, verschenen er van aan deze commissie zes nieuwe exemplaren van de Koran.

c-Het versturen van de Koran ten tijde van de derde kalief Osmaan

Tenslotte gaf de kalief Osmaan in het openbaar lezing van de nieuwe uitgave aan de Koran meesters onder gezellen van de profeet in de hoofdstad. Daarop zond Osmaan de exemplaren naar de verschillende centra van zijn uitgestrekte rijk, met het bevel zich voortaan uitsluitend op deze gewaarmerkte uitgave te steunen. Hij beval zelfs de kopieën van de Koran, die van de officiële vastgestelde tekst afweken, te verbranden of te verscheuren. Een van de nieuwe uitgavewerd opgestuurd naar Mekka, een naar Basra en de andere naar Kufe, Damascus en Egypte. Het zesde bleef in Medina. De gouverneurs van deze steden kregen de opdracht exemplaren bij te maken. Twee van deze eerste Korans zijn te bezichtigen in Tasjkent en Istanbul.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *