De Islam en Het Heelal

DE ISLAM EN HET HEELAL

1. Het ontstaan van het heelal

2. Een kenmerk van Allah: scheppen

3. Onze wereld volgens de Koran

4. De schepping van de mens

a. Hoe is de mens ontstaan?

b. Hoger wezen: de Mens

c. De mens en de samenleving

1. Het ontstaan van het heelal

Als men kijkt naar de hemel vol sterren, naar al de steile en hoge bergen of gewoon al als menkijkt naar al die verschillende soorten dieren en planten die er op de wereld leven stellen wenons honderden vragen: Hoe is al dit ontstaan? Waarom is het ontstaan? Is dit allemaal per toeval ontstaan? Of bestaat er inderdaad een God die dit allemaal gepland heeft en voor een welbepaald doel geschapen heeft? Ieder van ons stelt zich die vragen, ook al vinden we er niet altijd een antwoord op. We hebben ons die vragen voortdurend gesteld en we zullen ze altijd blijven stellen. Want ook al kunnen we niet met zekerheid een antwoord geven, het zijn betekenisvolle vragen. Als we ons die vragen niet zouden stellen, met andere woorden als we geen gevoel van verwondering zouden hebben of niet de nieuwsgierigheid zouden hebben om dingen te begrijpen en te weten zouden ook wetenschappen zoals filosofie en technologie niet bestaan.

Ons Heilig Boek, de Koran, zet ons aan om de hierboven opgesomde vragen te stellen. Het speelt in op de nieuwsgierigheid van de mensen. Het geeft zelf een antwoord op bepaalde vragen, en op de anderen wilt het dat wij een antwoord vinden. Natuurlijk is de Koran geen astronomisch of fysisch boek. Men verwacht dat ook niet. Het is ook daarom dat het ontstaan van de mens en het heelal in de Koran niet gebaseerd is op hypothesen zoals dit wel het geval is in andere wetenschappelijke boeken. De Koran kiest er niet voor om een gedetailleerde uitleg te geven.

Het hoofddoel van de Koran is de mens zijn plaats en belang in het heelal te laten weten. Welk zou de relatie moeten zijn tussen mensen onderling en de relatie tussen mensen en andere levende wezens? Welk weg zou de mens moeten volgen om tot het besefte komen dat er een Schepper is en dat de Schepper kennis, wil en kracht heeft en dat alles wat Hij geschapen heeft een nut heeft? Hoe gaat een mens tot een bewust persoon komen die weet, gelooft en daden stelt? Het is over deze en gelijkaardige vragen dat de Koran een antwoord op probeert te geven.

We merken bij de uitleg die we tot nu toe gegeven hebben op dat we enkele keren de woorden “scheppen, geschapen worden en Schepper” hebben benoemd. Dit zijn de sleutelwoorden die ons geloof geeft om het ontstaan van het heelal te verklaren. Volgens de Koran is het heelal in zijn geheel geschapen door een Schepper. Dit zomaar aanvaarden is het eerste verplichte vereiste om een gelovige te zijn.

Alles in het heelal is geschapen en dat is niet willekeurig gebeurd. Het is allemaal geschapenvolgens een bepaalde schaal. Geen enkel wezen in het heelal, evenals het heelal zelf, heeft enkel zichzelf als reden voor zijn ontstaan. Een plant groeit niet uit zichzelf in de grond. Als er geen zon en bijgevolg geen condensering zou zijn, zou er ook geen regen zijn. Om te kunnen ontstaan heeft alles iets anders erbij nodig.

Men bemerkt dat hoever we ook in de geschiedenis teruggaan dit principe bij alles voorkomt. En dit zorgt ervoor dat we gaan denken dat er ook een Schepper moet zijn die buiten het heelal staat die ervoor gezorgd heeft dat het heelal in zijn geheel ontstaan is. De Koran noemt deze Schepper Allah.

Eens men aanvaardt dat het heelal geschapen is door Allah, moet men andere meningen die dit tegenspreken verwerpen. Men kan als een moslim niet zeggen dat het heelal toevallig vanzelf is ontstaan.

Zoals we reeds vermeld hebben is de Koran geen fysica- of astronomieboek die het ontstaan van het heelal probeert te verklaren. Maar toch, heeft het ons enkele richtlijnen gegeven om duidelijkheid te geven op welke manier we moeten denken als we ons zulke vragen stellen. In dat opzicht kan men zeggen dat de Koran ons tips geeft in welke richting we moeten denken.

Volgens onze Heilige Boek heeft het heelal bepaalde stappen ondergaan voor het zijn huidige vorm gekregen heeft. Als Allah het zou gewild hebben zou het heelal geschapen geweest zijn in één enkel moment, want als Hij iets wenst zegt Hij: “Wordt!” en het zal worden. Maar Allah heeft het heelal stap per stap tot stand gebracht omdat Hij dat gepaster vond. In dit verband vindt men in de Koran: “Hebben de ongelovigen niet ingezien dat de hemel en de aarde gesloten waren en dat Wij ze dan hebben geopend? En al hetgeen leeft, hebben Wij uit water gemaakt. Willen zij dan toch niet geloven?… En Hij is het, Die de nacht en de dag schiep.” Enbiya: 21/30

“Ook de zon en de maan, elk hunner beweegt zich langs een (vaste) baan.” Enbiya: 21/33

In een ander vers vindt men dat bij de schepping van de aarde, wanneer een teken werd gegeven bij het ontstaan van bergen en jaargetijden er vervolgens deze uiting plaatsvond: “Dan wendde Hij (Allah) Zich tot de hemel terwijl deze een soort damp was.” Fussilet: 41/11

In sommige verzen in de Koran heeft men het over de schepping van de hemelen en aarde inzes dagen. “Allah is het, Die de hemelen en de aarde en hetgeen er tussen is in zes dagen (perioden) schiep.” Sadjdah: 32/4.

“Degene Die zeven hemelen in lagen heeft geschapen. Gij kunt geen tekort zien in de schepping van de Barmhartige. Kijk dan nog eens; ziet gij een enkel gebrek? Kijk dan weer eens en dan nog eens, uw blik zal vermoeid en verzwakt tot u terugkeren.” Moelk: 67/3,4 De islamitische geleerden hebben deze gelijkaardige verzen proberen te verklaren in het licht van de kennis en cultuur die ze hadden in het tijdperk waarin ze leefden.

Men kan het besluit die men in het algemeen trekt van de desbetreffende verzen als volgt opsommen:

a. Allah is de Schepper van het heelal. Hij heeft alles die Hij geschapen heeft gedaan zonder enige verplichting en met zijn vrije wil.

b. Alles dat geschapen is heeft een bepaalde orde en doel. Niets is zonder reden geschapen. Hidjr: 15/85. Alles dat geschapen is duidt op het bestaan, de eenheid, de wil en de kracht van de Schepper.

c. De hemelen en aarde, die in het begin één geheel waren, zijn ontstaan volgens bepaalde stappen. De 6 dagen zoals hierboven vermeldt die het duur van het ontstaan aanduiden moet men niet zien als dagen van 24 uur, maar het gaat hier om een veel langer periode (want in enkele verzen in de Koran wordt er vermeld dat één dag van Allah gelijk is een periode van duizend jaren Hadj:22/47 en Sedjde:32/5 of vijftigduizend jaren Me°aridj: 70/4). Ook de woorden “zeven hemelen” moet men niet letterlijk aannemen. Er zijn verschillende verzen die dit zeggen. Het woord ‘hemelen’ verwijst zowel naar de lucht boven de aarde, als naar het gehele universum. Gegeven deze betekenis van het woord zien we dat de hemel van de aarde of de atmosfeer, opgebouwd is uit zeven lagen. Volgens de moderne geologische definities zijn de zeven lagen van de atmosfeer de volgende: 1. Troposfeer 2. Stratosfeer 3. Mesosfeer 4. Thermosfeer 5. Exosfeer 6. Ionosfeer 7. Magnosfeer.

Allah heeft het over: “Vogels die in de leegte van de hemel vliegen”, “takken van bomen die zich in de hemel bevinden”, “regen dat uit de hemel valt”.

d) De verzen die het ontstaan van het heelal verklaren zijn niet tegenstrijdig met de wetenschappelijke verklaringen. In dit opzicht is ons Heilig Boek zeer verschillend met verschillende andere geloofsboeken. De Koran houdt zich niet bezig met details over de kosmologie. Bijvoorbeeld, de Koran zegt ons niet wat Allah op welk dag geschapen heeft. Dit is in tegenstelling tot andere godsdiensten die als het ware een precieze datum geven over het ontstaan van het heelal en de toestand van de wereld. Omwille van die details is er steeds een tegenstrijdigheid tussen bepaalde godsdiensten en de wetenschappen. Eigenlijk zou de wetenschap de heilige verklaring dat Allah aan de basis zou liggen niet mogen tegenspreken. Want de wetenschap probeert juist die dingen te verklaren dat Allah geschapen heeft.

2. Een kenmerk van Allah: scheppen

De Koran maakt gebruik van de woorden “Khalik” wat Schepper en “Khallaak” wat over-vloedige Schepper betekent. Eén van de kenmerken van Allah wordt Tekwin genoemd, wat “scheppen” betekent.

Zoals we reeds weten heeft Allah verschillende kenmerken. Een deel van die kenmerken heeft betrekking op Allah zelf en een ander deel op de relatie die Hij heeft met de wereld. We moeten die kenmerken in zijn geheel zien te begrijpen. Dat Hij Zijn schepping beschermt, rechtvaardig is en vergevingsgezind is kunnen we niet los van elkaar zien.

In de eerste verzen dat Allah aan onze profeet Mohammed geopenbaard heeft staat vermeld dat Allah de Schepper is: “Lees in de naam van jouw Heer Die geschapen heeft.” Alak: 96/ 2 In de Arabische versie van deze zin gebruikt men het woord “Rab” wat verzorgen, bescher-men en bewaken betekent. Men moet hierbij vermelden dat iets dat door Allah geschapen is ook inhoudt dat die iets voortdurend door Hem bewaakt wordt. Iets dat geschapen is wordt niet zomaar verlaten door Allah.

Wij, als mensen met een beperkte kracht en mogelijkheden, kunnen een idee krijgen van kracht, kennis en wil van Allah door te kijken naar al de dingen die Hij geschapen heeft. Zodoende kunnen we geloven dat alles wat bestaat het resultaat is van een eindeloze kracht en wil. Maar we kunnen niet al Zijn kenmerken omvatten. Want ook wij kunnen dingen maken, weten en wensen. Maar wij weten maar al te goed dat dingen die mensen maken niet te vergelijken is met dingen die Allah schept. Wij kunnen enkel iets creëren, uit iets dat al bestaat. Allah daarentegen kan ook iets creëren uit niets. Deze betekenis van het woord creëren behoort enkel en alleen maar aan Hem toe.

Volgens onze godsdienst schept Allah alles volgens een bepaalde maatstaf. Dit betekent dat alles dat geschapen wordt bepaalde mogelijkheden en vaardigheden bezit. Hoe dat een bepaald iets gaat ontwikkelen en verder evolueren hangt af van de maatstaf dat de Schepper hanteert. Dit is ook een betekenis in de zin die wij nu nog gebruiken: “Zoals God het wilt”. De Koran laat Mozes het volgende zeggen: “Onze Heer is Hij, Die aan alles een eigen vorm gaf en het daarna leidde.” Taha: 20/ 50

Hierbij is het ook gepast om bepaalde theorieën weer te geven bij mensen die de schepping van Allah niet volledig hebben begrepen. Bij de relatie tussen God en de wereld hebben sommige filosofen God totaal buiten het gehele gebeuren geplaatst. Met andere woorden heeft Allah het heelal geschapen en op zichzelf gelaten zodat het heelal zichzelf regeert.

Dit standpunt is foutief in vele opzichten. Eerst en vooral mag men het heelal niet beschou-wen als een handeling dat reeds voltooid is. Men kan dus het heelal niet zien als iets dat geen verdere schepping behoeft. Zelfs op dit moment is Allah aan het scheppen. In het begin heeft Hij aan alles een bepaalde maatstaf gegeven, maar dit wil niet zeggen dat Allah niet tussen-komt of zal tussenkomen aan zijn schepping. In de Koran staat: “En Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; want Allah heeft macht over alle dingen.” Fatir: 35/1. “Elk ogenblik toont Hij een andere Heerlijkheid.” Rahman: 55/ 29

Als de schepping van Allah niet een continue handeling zou zijn, zou dit ook een godsdienst-probleem opleveren dat niet aanvaardbaar zou zijn. We weten allen het belang van gebeden en bidden in de Islam. Waarom bidt men? Dit is omdat men gelooft dat Allah op de gebeden en wensen een antwoord kan geven en zonden kan vergeven. Als men zegt dat Allah zich niet meer met Zijn schepping bezighoudt wil dit ook zeggen dat Hij zich niet meer bezighoudt met de mensen. In dit geval is er dan ook geen enkel reden om te bidden. En als er geen gebeden zijn of als er niet gebeden wordt ontstaat en evolueert zich geen godsdienstig leven. Om een levendig en invloedrijk godsdienstig leven te creëren moet de relatie Allah – mens op een heel dichte en warme manier opgebouwd worden. Zulk een relatie wordt goed uitgedrukt in het volgende vers: “En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij Mij aanroept. Daarom moeten zij naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen worden.” Bakara: 2/186

Andere denkers hebben de Scheppende Kracht geheel in het heelal proberen te zoeken, waardoor ze de eenheid van Allah niet hebben kunnen begrijpen. Allah is met al Zijn kenmerken aanwezig in het heelal, beginnende met Zijn kenmerk van schepping. Maar Hijzelf staat los van het heelal en is onafhankelijk daarvan. Anderzijds zou ook Hij deel uitmaken van de evolutie van het heelal. En zo zou Hij bepaalde gelijkenissen vertonen met andere wezens en dingen die onderworpen zijn aan die evolutie. Zulk een standpunt heeft nadelen in het godsdienstig leven. Want als Hij een deel zou zijn van het heelal of een bepaalde kracht of energie in het heelal zou zijn zou Hij het niet waard zijn dat we Hem aanbidden. Want wij aanbidden niets dat zoals een deel is van het heelal.

Kortom kunnen we zeggen dat het heelal een kunstwerk is van de schepping van Allah. Dat de schepping zich nog steeds voortzet. Dat hetgeen wij maken en de schepping van Allah twee totaal verschillende dingen zijn. Dat we Allah niet mogen zien als een Architect die het heelal geschapen heeft en het voor de rest zo gelaten heeft en zich er niet meer mee bemoeit. Dat we Hem ook niet mogen zien als een deel van het heelal.

3. Onze wereld volgens de Koran

De wereld is een planeet die we van dichtbij kennen en waarin we leven. Er zijn veel verzen in de Koran die over onze wereld handelen. In de meerderheid van die verzen wordt de aandacht gevestigd op de weldaden die we gekregen hebben van Allah en waar we onze dankbetuiging voor moeten geven in het kader van natuurlijke gebeurtenissen heeft de gelovigen tot nadenken gezet en dit heeft voordelen gehad voor de wetenschap. Er moet vermeld worden dat informatie verschaffen niet het hoofddoel is in de Koran. Het wettelijke doel is door aandacht te schenken aan de relatie tussen de Schepper en de geschapenen, de mens tot een bewuste gelovige te maken.

Waarom herhaalt de Koran de relatie tussen natuur en Allah zo vaak? Dit is zeer duidelijk: de mens ziet de natuur op het eerste zicht als een voldoende gebied voor de wezens die erin leven. Zodoende vergeet hij de Schepper of verwerpt hij Hem volledig. De Koran heeft het over zulke mensen en in hun geloof in het volgende vers: “Er is niets dan dit tegenwoordige leven, wij leven en sterven; alleen de tijd vernietigt ons.” Djasiyah: 45/ 24 Aan de basis van zo’n opvatting ligt materialisme en ongeloof.

Dat Allah de Schepper en het heelal het geschapene is kunnen we tot deze besluiten komen als we dit principe toepassen op onze wereld.

Ten eerste brengt het feit dat onze aarde geschapen is met zich mee dat daar een bepaald doel en orde moet zijn. Dat zulks een visiepositieve gevolgen heeft voor zowel de filosofie als de wetenschap is niet moeilijk te raden.

Als er geen orde en doel: – “Soenneh van Allah (Sunnetoellah)” = natuurwetten – zou zijn, zou het bestaan en ontwikkeling van de wetenschap moeilijk zijn. Als de relatie tussen de zon, maan en ons aardbol niet gebaseerd zou zijn op welbepaalde wetten zouden we bijvoorbeeld niet op voorhand kunnen weten wanneer er zich een maan- of zonsverduistering zou voordoen.

Het begrip “natuurwetten” vormt het grondslag als we onze aarde willen begrijpen. En iets begrijpen is één van de eerste principes van de wetenschap. Dingen die niet het resultaat zijn van een bepaalde orde kan men niet begrijpen. En dingen die men niet kan begrijpen hebben geen plaats in de wetenschap. De moslims hebben (dankzij de aandacht die de Koran vestigt op de orde in de wereld) niet lang na de opkomst van de Islam belangrijke successen geboekt op het gebied van de natuurwetenschappen.

Ten tweede, als we er vanuit gaan dat onze wereld geschapen is door een Schepper die beschikt over een onoverwinnelijke kracht, die alles weet en die goed is kunnen we er dan ook van uitgaan dat onze aardbol in veilige handen is? M.a.w. Allah waarborgt ook de continuïteit van onze wereld. Geen enkele kracht kan op zichzelf de continuïteit van de wereld in gevaar brengen. Zo’n denkwijze brengt uiteraard een einde aan al het pessimisme die men zou kunnen hebben jegens het moreel gevoel.

Als de mens niet zou geloven in de continuïteit van de wereld zou hij ook niet zoveel moeite doen om haar te begrijpen. En hij zou zeker niet het initiatief nemen om de wereld in het voordeel van de mensheid te gebruiken.

Ten derde moet ook vermeld worden dat aangezien onze wereld geschapen is, is geen enkel bestaansvorm het waard om aanbeden te worden. Zoals men weet hebben mensen, uit onwetendheid, in de loop van de geschiedenis bepaalde natuurkrachten aanbeden. De Koran heeft een einde gemaakt aan zulke opvattingen. In ons Heilig Boek wordt ons meegedeeld dat de planten, dieren, de zon en de maan er ten dienste zijn voor de mensen. Dus de mensen moeten de natuurkrachten niet aanbidden, maar er voordeel uit proberen te halen. Zodoende heeft de Koran de gelovigen ertoe aangezet om hierover na te denken en te werken om die voordelen uit de natuur te halen.

Wanneer de Koran het heeft over onze wereld wilt het ook dat we ons aandacht vestigen op al het moois. Volgens ons Heilig Boek is de hemel versiert met sterren, de vorm en kleur van dieren en planten een verrukking voor het menselijk oog. Zowel de wereld kennen en er voordeel uit halen als de wereld moor en ordelijk vinden geven de mens een gevoel van dankbaarheid. Volgens de Koran is zo’n gevoel hebben het meest duidelijk teken van het menselijk moraal.

We zien dat wanneer de Koran de relatie tussen Allah en de mens probeert uit te leggen het hierbij gebruik maakt van begrippen zoals de moraal en de kunst. Het herinnert ons dat ook. De moraal en de kunst volgen een gebed op zich is. We mogen de wereld niet alleen zien als een eindig iets, maar we moeten proberen om een levensstijl tot stand te brengen dat gebaseerd is op een gevoelig, betekenisvol en moreel bestaan.

4. De schepping van de mens

Hoe is de mens ontstaan? Waarom leven wij? Waar gaan we naartoe? Dit zijn enkele voor-beelden van vragen die even vaak gesteld worden als de vragen over het heelal. Dat een deel van die vragen onbeantwoord blijven, wil niet noodzakelijk zeggen dat we ons die vragen niet mogen stellen.

De mens is geen levend wezen waarover we gemakkelijk iets kunnen zeggen. Elk deel van de wetenschap bestudeert de mens vanuit verschillende perspectieven. Bijvoorbeeld, de biologie bestudeert de mens als een organisme die geboren wordt, leeft en sterft. Zaken die met de psyché te maken hebben worden bestudeerd door de psychologie. Over de relaties dat een mens heeft met andere mensen is dan weer het gebied van de sociologie. Waarom dat we geboren worden en wat dat er is na de dood zijn vragen die gesteld worden buiten de exacte wetenschappen. Sterker nog, de wetenschap heeft zelfs tot nu toe niet met zekerheid het ontstaan van de mensheid kunnen uitleggen en verklaren.

De vragen die onbeantwoord blijven in de wetenschap worden beantwoord door de gods-dienst. De hoofdbron van ons geloof, de Koran, legt zeer specifiek uit van hoe de mens ontstaan is tot wat er na de dood zal zijn. Eerst zullen we bespreken hoe dat we ontstaan zijn om dan vervolgens de waarom? – vraag uit te leggen.

a. Hoe is de mens ontstaan?

De verzen in de Koran die handelen over het ontstaan van de mens kunnen we in twee groepen verdelen: Verzen in verband met het ontstaan van de eerste mens, m.a.w. profeet Adam en verzen die het ontstaan en ontwikkeling van de mens in het algemeen bespreken.

De mens bevindt zich in vergelijking met andere levende wezens in een totaal andere positie en is een wezen die meer zorgvuldigheid behoeft. Het is ook omwille van die reden dat de schepping van de mens pas later tot stand is gebracht.

In sommige verzen van de Koran wordt vermeld dat al hetgeen leeft, uit water is ontstaan. Enbiya: 21/ 30. Dit komt o.a. voor in vers 54 van de Furkan: 25 “En Hij is het Die de mens uit water heeft geschapen”, in Secde: 32/ 7 “En Hij begon de schepping van de mens uit klei.” en in Saaffaat: 37/11 “Voorzeker, Wij hebben hen uit vaste klei geschapen.” Uit deze heilige verklaringen kunnen we afleiden dat de biologie van het ontstaan van de mens berust op mengeling van water en grond.

In één van de verzen die de groei van het kind in de baarmoeder tot aan de geboorte uitlegt, wordt vermeld: “O mensen, indien gij in twijfel verkeert over de Opstanding, bedenkt, dat Wij u hebben geschapen uit grond, daarna uit een levenskiem, dan van een klonter bloed, daarna uit een klomp vlees, volkomen en onvolkomen in maaksel, opdat Wij het u duidelijk maken en Wij laten wat Ons behaagt gedurende een vastgestelde tijd in de baarmoeder blijven,…” Hadj: 22/ 5 Met het woord “nutfe” wordt aangenomen dat het wordingsgist betekent. Het woord “°alaka” duidt volgens sommige geleerden op “bloedklonters” aan, terwijl het volgens anderen “iets dat gebonden blijft aan de baarmoeder” betekent. Mudgha is het proces waarbij het kind vlees vormt. De deskundigen die zich toegespitst hebben op deze en gelijkaardige verzen in de Koran zijn tot de constatatie gekomen dat dit past bij de wetenschappelijke uitleg.

De desbetreffende verzen geven enerzijds informatie betreft de mens, maar anderzijds zet het de mensen ook aan om te onderzoeken. Wanneer Allah beveelt: “Laat de mens derhalve overwegen waaruit hij geschapen werd.” Tarik: 86/ 5 geeft Hij ons aan de ene kant informatie en aan de andere kant zet Hij ons aan om te geloven in de Schepper.

Het feit dat uit één enkel cel zo’n perfect wezen als de mens ontstaat is werkelijk het krach-tigste bewijs van de kennis, kracht en wil van onze Schepper.

Tot dusver hebben we het alleen gehad over de biologische bouw van de mens, maar de mens heeft ook een psyché. Zie Sedjde: 7-9 van de “Die de schepping van alles voltooide. En Hij begon de schepping van de mens uit klei. Daarna maakte Hij zijn nageslacht uit een uitreksel van een nietige vloeistof. Dan vormde Hij hem en ademde hem van Zijn geest in. En Hij gaf u oren, ogen en hart. Maar gij betoont weinig dankbaarheid.” Dit is het heilige ziel dat de mens onderscheidt van de andere levende wezens en hem eervol maakt. Het is dankzij die heilige bron dat de mens geplaatst wordt boven de engelen en de “Kalief” van Allah op de wereld.

We moeten ook een ander punt bespreken, terwijl we het hebben over de biologische en psychische kant van de mens en dat is dat de Koran de mens ziet als één geheel met de fysische en de psychische kant. Ook de fysiek is de kunst van Allah. Hij is niet zoals sommige geloofssystemen het voorschrijven een “begraafplaats voor zielen”. Men kan niet spreken over de persoonlijkheid van een mens als we zijn fysiek buiten beschouwing laten.

b. Hoger wezen: de Mens

Volgens ons geloof is de mens de eervolste van al de levende wezens (esjref oel makhloekaat). Dit vloeit voort uit het principe van de “heilige ziel”. De mens beschikt over een verstand, een wil en de mogelijkheid om te praten. Omwille van die kenmerken kan de mens situaties begrijpen en evalueren. Door zijn wil te gebruiken kan hij zijn wensen richting geven. De mens kan goed van kwaad onderscheiden. De successen die hij behaalt kan hij door te praten en te schrijven aan anderen overdragen. Zodoende wordt hij een wezen die cultuur en gemeenschap vormt.

Het eerste onderwerp dat de Koran aan de mensen uitlegt is de mens zelf. In één van de eerste verzen die neergedaald zijn worden aan onze profeet het volgende bevolen: “Lees in de naam van uw Heer, de Schepper die de mens uit geronnen bloed schiep. Lees, want uw Heer is de meest eerbiedwaardige die de mens d.m.v. de pen onderwees. Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende, in het geheel niet. Voorwaar de mens wordt opstandig. Omdat hij zich onafhankelijk denkt. Voorwaar uw terugkeer is tot uw Heer.” Alak: 1-8

Uit deze verzen kan men afleiden dat de mens als een biologisch wezen en als een wezen die weet, wilt en gelooft het kunstwerk is van Allah. Ook bij verzen die het ontstaan van de profeet Adam uitleggen wordt dezelfde waarheid gehanteerd: “En toen uw Heer tot de engelen zei: “Ik wil een stedehouder (plaatsvervanger) op aarde plaatsen”, zeiden zij: “Wilt U er iemand plaatsen die er onheil zal stichten en bloed zal vergieten, terwijl wij U verheerlijken met de lof die U toekomt en Uw heiligheid prijzen”, antwoordde Hij: “Ik weet wat gij niet weet” en Hij leerde Adam al de namen…” Bakara: 2/ 30

In deze twee goddelijke zinnen wijst men op het feit dat de mens een wezen is die weet. Het is omwille van die kwaliteit die de mens bezit dat Allah gewild heeft van de engelen om de mens te respecteren. Door zijn mogelijkheid om na te denken en te weten kan de mens zijn eigen, zijn omgeving en zijn Schepper leren kennen. Zo komt hij tot een wezen die bewust gelooft.

De Koran laat ons weten dat de mens op de mooiste manier geschapen is (Tien: 95/ 4), dat hij de mogelijkheid gekregen heeft om goed van kwaad te onderscheiden (Sjams: 91/ 8) en dat de natuurkrachten voor hem werken. (Djasijah: 45/13) In vers 70 van de Isra Soera 17 wordt er het volgende bevolen: “En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen dergenen die Wij hebben geschapen.”

In al de dingen die geschapen zijn geworden vinden we een zweem van de Schepper. Maar die zweem toont zich het best bij de mens. Zoals we reeds eerder vermeld hebben wordt Allah ook wel de Alwetende, Opvoedende, Vergevingsgezinde genoemd samen met een heleboel andere mooie namen. Allah bezit al die kenmerken in de grootste graad dat we zelfs niet kunnen beseffen. De wezen die dezelfde kenmerken, maar dan in de mate dat voor hem mogelijk is, bezit, is de mens. Het geheim dat de mens een hoger wezen is of m.a.w. de kalief van Allah is ligt in dit principe vervat.

Volgens de Koran moet de mens zijn vaardigheid om dingen te weten en te kennen, gebruiken opgepaste momenten en ontwikkelen om zijn eigenwaarde te verhogen. Naast de kennis die men moet verwerven, moet men ook plaats maken voor geloof en goede daden (deugdelijke daden). Allah heeft in de mens de noodzaak om te geloven mee geschapen. (Fatir: 35/15) Maar heeft de mens ook vrijgelaten om al dan niet te geloven. (Kahf: 18/ 29) Als er geen sprake zou zijn van dergelijk vrijheid, zou geloven een verplichting zijn en zou er ook geen sprake geweest zijn van de mens als hoger wezen.

Een ander kenmerk van de mens die hem hoger stelt in het feit dat mensen breeddenkend zijn. Dieren daarentegen zijn over het algemeen zeer beperkt. Ze kunnen niet buiten hun instincten. Ze kunnen het verleden niet evalueren en plannen maken voor de toekomst. Terwijl de mens kan zich inleven in de wereld van iemand anders. Hij bezit een geworteld gevoel van moraal en kunst. Hij kan dingen overnemen van anderen, maar kan ook dingen geven aan anderen. Zodoende bevindt hij zich in een steeds wijzigende en ontwikkelende toestand. De mens respecteert het succes van zijn voorvaders en beschermt ze. En door er steeds nieuwe dingen aan toe te voegen verrijkt hij die succes. Zodoende wordt hij niet enkel een wezen die de wereld in de goede zin verandert en geschiedenis maakt.

De mens kan geen hoger wezen worden als hij geen gehoor geeft aan zijn noodzaak om te geloven en als hij zijn kennis en wil misbruikt. Vervolgens wordt de mens een wezen van “het laagste van het laagste”, zoals de Koran het zegt (Tin: 95/ 5), zoals ook Allah duidelijk weergeeft in Bakara: 2/ 30 “Er bestaan mensen die onheil zullen stichten en bloed zullen vergieten”, Bakara: 2/10, Araf: 7/ 179 “Zij hebben harten maar begrijpen er niet mede en zij hebben ogen maar zij zien er niet meden en zij hebben oren maar zij horen er niet mede. Ze zijn als vee, neen zij dwalen nog meer (dan dit), zij zijn de achtelozen.”

We zien dat het mensbegrip in de Koran werkelijk is. Hij zegt aan een kant dat de mens het meest eervolle is van alles dat geschapen is geweest, maar aan de andere kant zegt Hij ook dat de mens ondankbaar, haastig, schichtig, enz. is het feit dat Hij gemakkelijk zonden kan begaan. Dit was zelfs al het geval bij profeet Adam,…

Zonden komen voort uit het feit dat mensen vrijheid bezitten. Als de Schepper het gewild zou hebben, zou Hij de mens geschapen hebben zodat hij geen zonden zou begaan. Maar de mens zou dan geen “Esjref oel mahloekaat” zijn. Het is niet belangrijk als mens tekorten te hebben, men moet gewoon proberen om met behulp van geloof en kennis die tekorten aan te vullen en volwassen te worden.

Volwassenheid is niet iets dat men alleen kan bereiken. De mens heeft de hulp en aanwezigheid van anderen nodig. Nu gaan we ons toespitsen op dat vlak, nl. het sociale aspect van de mens.

C. De mens en de samenleving

We hebben juist vermeld dat de mens een open wezen is. Dit kenmerk komt voort uit het feit dat de mens een sociaal wezen is. De mens heeft de noodzaak om zich open te stellen aan anderen en een gemeenschappelijke omgeving te creëren.

Sommige geleerden beweren dat mensen bijeenkomen, omdat ze bang zijn en beschermd willen worden. Anderen beweren dat het samenkomen berust op een gezamenlijke overeenkomst. Deze visies bekijken de mensen slechts vanuit één kant. Schrik hebben, voorzichtig zijn en een gevoel hebben van veiligheid zijn allemaal kenmerkend aan de mens. Natuurlijk spelen die kenmerken een invloed bij het ontstaan van een samenleving. De mens is een sociaal wezen omwille van de aard van zijn natuur. Zie vers 13 van Hoedjoeraat Soera 49

“O mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander mocht kennen.”

D.w.z. dat zoals het ontstaan van de mens een goddelijke wils is zo ook is het ontstaan van samenlevingen, volkeren een goddelijke wil.

Als we de zaak vanuit deze standpunt bekijken merken we dat de vraag: “Is een persoon belangrijker of een samenleving?” overbodig is. Persoon tegenover de samenleving plaatsen is een fout dat vaak in de geschiedenis voorkomt. Er zijn zelfs visies die er van uitgaan dat samenlevingen een beperking zijn voor de individuele ontwikkeling van een persoon. En anderen geven helemaal geen of niet voldoende plaats aan een individu. Beide visies zijn gebrekkig. Een samenleving bestaat uit individuen. En individuen kunnen dankzij een samenleving hun mogelijkheden ontwikkelen. De kwaliteiten en het karakter dat een individu heeft, wint betekenis in een samenleving. Als er geen andere mensen zouden zijn, dus m.a.w. als er geen samenleving zou zijn, zouden we ook niet kunnen praten over dapperheid, hulpvaardigheid, moed, vergevingsgezindheid, medelijden,…

De Islam heeft zich als doel een morele samenleving gesteld die gebaseerd is op goedheid en rechtvaardigheid. Omdat deze samenleving gebaseerd moet zijn op het principe van de tewhid zal men mensen met een andere huidskleur, geslacht en filosofische ideeën niet buitensluiten. De individuen beschikken over geloofsvrijheid. Niemand kan hen weerhouden om een gezin te stichten, eigendom te verwerven en een beroep uit te oefenen. Waarom zou een samenleving een beperking opleggen op het individu op dit gebied?

Islamitische samenlevingen hebben ook andere kenmerken. Het is een samenleving gebaseerd op broederlijkheid. Allah beveelt: “Alle mensen zijn broeders en zusters van elkaar” Hoedjoerat: 49/ 10 “Gij zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in Allah.” Ali-°Imran: 3/ 110

In een samenleving van broers en zussen kan men niet spreken over de mensen alsof ze elkaars vijanden zijn. Andere kenmerken van Islamitische samenlevingen vindt men in: Ali-°Imran: 3/ 114; Ma’idah: 5/ 2; Hasjr: 59/ 7; Sjoera: 42/ 38; Bakara: 2/ 191.

Een dergelijk samenleving opbouwen is de plicht van elk moslim. Als er dan geen verschil is in wereldvisie en doelstelling, heeft de strijd tussen individu en samenleving geen grondslag meer. De voordelen van een individu kunnen niet strijdig zijn met die van een samenleving. De Islam stelt niet alleen individuen, maar ook de samenleving verantwoordelijk voor morele fouten. Als er bepaalde individuen zijn die zich niet kunnen weerhouden om kwaad te verrichten is het de plicht van de samenleving om dat te doen. Volgens de Koran moet de samenleving in gevallen waarbij het nodig is ingrijpen op het individu. In dit verband lees: Hoed: 116. Een samenleving van gelovigen mag niet zomaar toekijken bij het kwade. Om in zulke situaties alleen tot Allah bidden heeft niet veel zin. Lees: vers 11 van Ra°d Soera 13.

Wil een samenleving zijn onafhankelijkheid en eer behouden, moet het strijden met het kwade en het goede laten zegevieren. Anders kan de samenleving zijn bestaan verliezen. Zie vers 105 van Soera Anbiya: 21 en Isra: 17/ 77 en Muhammed: 47/ 38.

Eén ding moet worden vermeld: elk individu heeft een aantal moeilijkheden die hij moet overwinnen. Maar niet elk individu kiest hierbij de goede weg. Er zijn bepaalde dingen dat een individu kan en niet kan doen. Als individuen het recht in eigen handen gaan nemen en dingen gaan doen waar normaal samenlevingen, regeringen en wetten bevoegd voor zijn zal dit leiden tot chaos. Onze godsdienst heeft uitgelegd wat er moet gedaan worden als men een gezonde relatie wil hebben tussen individuen en maatschappij. Moslims die zich hieraan gehouden hebben, hebben in zeer korte tijd morele samenlevingen kunnen opbouwen zoals men er geen gezien heeft. Gelovigen gaan niet enkel voor zichzelf nadenken en zich buiten de samenleving plaatsen. Vandaar dat ze het principe: “Eén voor allen en allen voor één” hebben kunnen waarmaken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *