De Verantwoordelijke Persoon

Om al Allah’s geboden en verboden op te volgen en daarvoor verantwoordelijk te zijn, moet een mens

1. bij zijn volle verstand zijn (‘aqil);

2. de leeftijd der puberteit bereikt hebben (baligh)

a. Zwakzinnigen en kinderen zijn niet verantwoordelijk voor het opvolgen van Allah’s geboden en verboden.

b. Binnen de godsdienst is de leeftijd der puberteit voor meisjes 9 à 15 jaar en voor jongens 12 à 15 jaar.

Het hele leven en alle handelingen van iedere volwassen moslim die bij zijn volle verstand is, zijn uit godsdienstig oogpunt onder te brengen in één van de volgende drie categorieën:

1. Handelingen die in de godsdienst verplicht zijn;

2. Handelingen die in de godsdienst verboden zijn;

3. Handelingen die in de godsdienst naar vrije verkiezing al of niet verricht kunnen worden.

De Handelingen van de Verantwoordelijke Persoon:

1. Fard (verplicht):

De dingen die voor iedereen absoluut verplicht zijn, zoals de wudü (rituele wassing) verrichten, vijfmaal per dag bidden, vasten tijdens de maand Ramadan en zakat (aalmoes) geven van zijn bezit. Dit soort geboden moeten absoluut opgevolgd worden. Degene die dit nalaat zonder excuus, zal in het hiernamaals gestraft worden. Degene die deze geboden niet gelooft, is een afvallige van de godsdienst. Handelingen zoals de wassing, het bidden, het vasten tijdens de Ramadan, het zakat geven van de rijken en het uitspreken van het gebed bij begrafenissen (djanazah gebed) behoren tot deze categorie.

a. Fard-al ‘ain (individueel verplicht):

Een deel van deze verplichte geboden zijn voor iedere individu-ele moslim een verplichting die niemand in zijn plaats op zich kan nemen, zoals de wassing en het gebed.

b. Fard-al kifaja (collectief verplicht):

Er zijn ook enige religieuze handelingen, waarvan de verplich-ting voor degenen die deze niet verrichten vervalt, als tenminste een paar moslims ze verrichten, zoals het gebed bij een begrafenis.

2. Wadjieb (noodzakelijk):

Andere verplichtingen waarvan het verrichten niet op duidelijke aanwijzingen zoals in het geval van de fards is gebaseerd. Ook deze moeten verricht worden. Degenen die ze nalaat, wordt hiervoor gestraft. Het verrichten van een speciaal gebed op godsdienstige feestdagen en het offeren van een dier op het offerfeest door degenen die daartoe het vermogen hebben.

3. Sunnah (aanbevelenswaardig):

Er zijn ook verrichtingen die niet verplicht (fard) of noodzakelijk (wadjib) zijn. Sunnah betekent de weg van Mohammed volgen in wat hij heeft gedaan, gezegd en geaccepteerd. Degenen die de sunnah volgen, vergaren verdienste (thawab). Degenen die ze zonder excuus nalaten, blijven verstoken van de voorspraak (shafa’a) van onze Profeet*.

a. Sunnah mu’akkada (zeer aanbevelenswaardig):

Handelingen die onze Profeet vaak heeft verricht en zelden heeft nagelaten. Dit is bijvoorbeeld voor het gebruik om het verplichte ochtendgebed twee, voor het verplichte middaggebed vier en erna twee, na het verplichte avondgebed bij zonsondergang twee en na het nachtgebed twee raq°at te verrichten.

b. Sunnah ghairi mu’akkada (gewoon aanbevelenswaardig):

Dingen die onze Profeet soms wel deed en soms niet, b.v. de sunnah voor het verplichte namiddag gebed en voor het nachtgebed van vier raq’at. Het verrichten van deze handelingen brengt verdienste met zich mee, maar het nalaten ervan is geen zonde.

4. Moestahab (verdienstelijke):

Daden waarop een beloning volgt maar geen straf wegens verzuim. Daden die de profeet soms wel deed en soms niet, b.v. vasten buiten de ramadan, vrijwillig aalmoes geven.

5. Mubah (toegestaan):

Dingen die vrijelijk gedaan of nagelaten worden, zijn b.v. eten, drinken, lopen, slapen. Diegenen die deze handelingen verrichten krijgen geen verdienste of wie het niet verricht krijgt geen zonde.

6. Haram (verboden):

Dingen die door de godsdienst streng verboden zijn, zoals b.v. iemand doden, overspel plegen, stelen, liegen, zich tegen de ouders keren en intrigeren. Het is absoluut nodig dat dit soort verboden niet wordt overtreden. Degenen die dit soort dingen doen, worden in het hiernamaals gestraft en degenen die aan deze verboden niet geloven, zijn afvalligen.

Haraam handelingen kunnen we in twee verdelen:

a.Haraam lie °aynieh (rechtstreeks verboden):

 Sommige handelingen zijn direct verboden. Bv. het eten van kadavers, varkensvlees, alcohol drinken, het overspel plegen.

b.Haram lie ghayrieh (indirect verboden):

 Het gaat om zaken die in principe niet haraam zijn, maar daar ze aanleiding geven tot haraam, via andere reden worden ze haraam. Bv. gepikte voedsel eten, tegelijk met twee zusjes huwen, alcoholhoudende drank handelen.

7. Makroeh (afkeurenswaardig):

De zaken die op grond van minder duidelijke bewijzen verboden worden. Deze zaken vallen uiteen in twee kategorieën:

a. Makroeh tahriman:

De zaken die afkeurenswaardig zijn omdat ze als verboden beschouwd worden, b.v. het gebed verrichten tijdens zonsondergang.

b. Makroeh tanzihan :

De dingen die afkeurenswaardig zijn, maar geen schade veroorzaken.

Dit zijn dingen die verafschuwend zijn omdat ze als verboden beschouwd worden, ze liggen dichtbij de verboden dingen. Het is net zoiets als het nalaten van dingen die noodzakelijk zijn.

Wat betreft de makroeh tanzihan moet men zich hiervoor hoeden en het is het beste om ook de dingen die afkeurenswaardig, maar niet schadelijk zijn te vermijden, b.v snuiten met de rechter hand.

8. Mufsid (ongeldig maken):

Dingen die een godsdienstige handeling ongeldig maken, b.v. praten onder het bidden, alwetend eten en drinken tijdens de vasten.

Pin It

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *