De Wederzijdse Hulp en Steun in de Islam

hulp4. 1 Definitie van de wederzijdse hulp vanuit twee verzen (Koranische teksten)

“En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief.” Al Nisa (de vrouwen) 4/ 36

“O, gij die gelooft, ontheiligt de tekenen van Allah niet, noch de heilige maand, noch de offerdieren, noch dieren met offertekens, noch degenen, die zich naar het heilige Huis begeven om genade van hun Heer en Zijn welbehagen te zoeken. Maar wanneer gij u van uw pelgrimskleed ontdoet, moogt gij jagen. En laat de vijandschap van een volk, omdat zij u de toegang tot de heilige Moskee verhinderen, u niet tot geweld aansporen. En helpt elkander in deugdzaamheid en vroomheid maar helpt elkander niet in zonde en overtreding. En vreest Allah. Waarlijk, Allah is streng in het straffen.” Al Ma’idah (de tafel) 5/ 2

– een Hadis (wat de Profeet gezegd heeft): “Alle schepselen zijn als een familie ten laste van Allah en van Zijn schepselen verkiest Allah diegene die weldoend is tegenover Zijn familie.” Boechari

4. 2 De domeinen van de wederzijdse hulp in de Islam

A. De sociale omgang met de mensen

Volgens het Islamitische geloof is de eerste mens Adam en alle mensen zijn, zijn kinderen. Het is daarom ook dat alle mensen broeders zijn. In onze godsdienst heeft men de gelovigen genoemd als geloofsbroeders. Als de zaken zo liggen, dienen de mensen elkaar lief te hebben en te respecteren en goede banden met elkaar te hebben.

1) Vriendelijk zijn en de juiste woorden uitspreken (niet liegen)

Onze godsdienst wenst dat we steeds op het juiste pad blijven. In Soera Fatiha (vers 5) wordt een smeekbede tot Allah gericht “om ons op het juiste pad te leiden”. Wanneer we tegenover andere mensen vriendelijk zijn, vertelt onze profeet dat we op dezelfde manier beloond zullen worden als dat we een arme mens geholpen hebben.

2) Elkaar begroeten

In welke taal het ook moge zijn, elkaar groeten is een fijn gedrag. Het laat de liefde en het respect onder de mensen toenemen. Wanneer we iemand tegenkomen die niet moslim is, moeten we hem zeker in zijn taal groeten, maar als we een moslim tegenkomen groeten we hem met ‘Es selaamoe aleykoem’ en hij antwoordt dan met ‘Aleykoem oes selaam’. Er kan ook gegroet worden door te zeggen ‘Goedemorgen’ of ‘Goedendag’. Maar deze zijn niet dezelfde als de woorden van ‘Selaam’. Want bij de woorden van ‘Selaam’ doet men voor elkaar smeekbedes om het goede te wensen.

3) Elkaar geschenken geven

Onze geliefde Profeet zei: “Geef elkaar geschenken zodat jullie liefdesbanden groeien en sterker worden. ” Onze voorouders zeiden: “Een halve appel geven is genegenheid verdienen.” Op die manier hebben ze mooi willen aantonen dat er geen verschil bestaat tussen een groot en een klein geschenk, maar dat een geschenk genegenheid doet verdienen.

4) Vragen over de toestand

Door onze vrienden en familieleden geregeld te bezoeken, te vragen hoe het met hen gaat en door hulp te bieden tijdens hun slechte dagen, vermeerderen de liefdesbanden tussen ons. Een zieke vriend bezoeken, hem beterschap wensen en tijdens de feestdagen prettige feestdagen wensen bevordert de vriendschap.

5) Liefdadigheid

Volgens de Islam is liefdadigheid een lening die de gever vooruitzendt naar God en waarvoor hij door God zelf zal worden beloond. In essentie is het dus meer een transactie tussen de mens en God dan alleen een daad van mededogen van mens tot mens. Volgens de Islam is hij of zij die uiteindelijk de grootste winst maakt, degene die zijn of haar rijkdom voor God’s zaak besteedt. Wat de gever of geefster ook doet, hoeveel hij of zij ook geeft, het is meer in zijn eigen voordeel dat in dat van de begunstigde. De Koran zegt hierover: “Wie is degene die aan Allah een goede lening geeft? Hij (Allah) zal die vele malen vermenigvuldigen. En Allah beperkt en verruimt (Zijn voorzieningen) en tot Hem worden jullie teruggebracht. ” El Bakara: 2 / 245

6) Gastvrijheid en gulheid

“Het levensonderhoud is van Allah”, zegt de Koran. In veel moslimhuizen zijn er altijd wel een paar gasten. Soms zijn dat familieleden of dorpsgenoten. Op de vreemdste tijd zitten mensen aan tafel. Het eerste dat aan een gast wordt gevraagd is, hoe het met zijn maag staat? De deugd van gastvrijheid is diep in het hart van de moslims gegrift. Vanaf het ontstaan van de Islam hebben de eerste moslims het voorbeeld gegeven, en zelfs de niet-moslimburen hebben bijzondere rechten in de Islam. In de tijd van de Profeet behandelden zijn metgezellen zelfs hun Joodse buren erg goed, ondanks hun vijandigheid ten opzichte van de Islam.

B. Behulpzaamheid

Zoals men al weet, wonen alle mensen in een gemeenschap. Iedereen die in deze gemeenschap leeft, dus zowel rijk als arm, heeft hulp nodig van een ander. Omdat God het best weet dat zijn dienaars elkaar’s hulp nodig hebben, gaf Hij bevel aan alle mensen om elkaar te helpen (solidariteit).

Iemand vroeg aan onze Profeet Mohammed (v.z.m.h): “Jij, de boodschapper van Allah, wat is de Islam?”

Onze Profeet antwoordde: “Islam betekent goede zeden hebben. “

Dezelfde persoon vroeg weer: “Jij, de boodschapper van Allah, wat is ‘goede zeden’? “

Onze Profeet antwoordde als volgt: “Dat jij vriendschap sluit met iemand die kwaad is op jou en zijn relatie met jou heeft afgebroken; dat jij hem geeft wat hij jou niet geeft; iemand die jou martelt vergeven en vriendelijk zijn tegen hem. “

De Islam heeft als doel mensen samen te brengen en voor elkaar vriendelijk te zijn. Alle woorden van Allah in de Koran en alle gedragingen en gezegden van onze Profeet streven dit doel na. Bijvoorbeeld: de moslims die vijfmaal per dag komen bidden voor Allah. Zij richten zich naar Hem en richten smeekbedes tot Hem. En de gelovigen weten dat hun andere geloofsbroeders zich naar dezelfde gebedsrichting (Kible), naar de Ka°ba, richten en ten dienste staan van Allah. Ze zijn Hem ook aan het aanbidden. Hieruit kunnen we afleiden dat bidden ook als doel heeft de mensen samen te brengen. In de Koran wordt het volgende vermeld: “Houd u allen samen aan de koord (Koran) van Allah vast, val niet uit elkaar… “.

Onze Profeet geeft ons de volgende raad: “Alle moslims zijn als de organen van een lichaam. Wanneer één van die organen ziek wordt, ondervinden alle organen hiervan de invloed.” Wanneer in ons dorp of onze klas iemand iets overkomt zouden we allemaal droevig moeten zijn, en wanneer we hem samen hulp bieden en zijn problemen samen oplossen, dan beleven we het geluk van die persoon mee. Onze godsdienst zegt ons niet dat wij enkel moslims moeten helpen. Het omvat alle mensen. Wanneer iemand die naast ons woont behoefte heeft aan hulp en wij hem niet helpen omdat hij geen moslim is, maar wel onze geloofsbroeder zouden helpen die zeer ver weg woont, dan zou dit niet overeenkomen met de principes van ons geloof. Wij moeten eerst de dichtstbijzijnde persoon helpen. Als slot zei onze Profeet: “Iemand die slaapt met een volle maag, terwijl zijn buur honger lijdt, behoort niet tot één van ons.”

1) Materiële en geestelijke hulp

Enerzijds beveelt de Koran dat we armen moeten helpen met onze geliefde eigendommen. Anders kunnen we niet in het paradijs terechtkomen. Anderzijds moeten we elkaar helpen in goede daden en in het vermijden van slechtheden. We zien dat in de Islam twee soorten van behulpzaamheid bestaan, n.l. materiële en geestelijke.

Voorbeelden van materiële hulp zijn:

– geld geven aan armen

– weeskinderen kleden

– aan een arme buur eten geven en kleding schenken

– aan weldadigheidsverenigingen, zoals OCMW, kinderbescherming, verenigingen voor opvoeding en onderwijs, etc. hulp bieden door onder andere grond, huis en waardevolle dingen te schenken.

Voorbeelden van geestelijke hulp zijn:

– een ongelukkige persoon troosten

– een vriend met zijn huiswerk helpen

– een zieke gelukkig maken door hem te bezoeken

– gehandicapten, zieken en oude mensen op straat, op de markt, etc. helpen

– de eigen kennis aan anderen doorgeven

– goede raad geven aan mensen met problemen

– al het goede aanraden en al het kwade afraden

We moeten erbij vermelden dat we, zowel bij materiële hulp als bij geestelijke hulp, het welbehagen van God moeten nastreven. Men kan geen weldaad bewijzen door schijn, egoïsme en opschepperij. Mensen die opscheppen over wat ze gedaan hebben, bereiken geen welbehagen van God. Alle hulp moet uit eigen wil komen, anders hebben ze geen nut en waarde.

2) Edelmoedigheid

Edelmoedigheid behoort tot de karakteristieken van de moslim. Hij kan niet gierig zijn, want gierigheid is een schandelijke ondeugd, die voortkomt uit een gemene en zwart geworden ziel. Een moslim kan door zijn geloof en zijn goede werken, door zijn pure ziel en zijn schitterende hart niet gierig zijn, noch ervoor worden aangezien. Gierigheid is een kwaad dat ontstaat in het hart en waaraan geen mens ontsnapt. Maar Allah, die de moslim voorbereidt op zijn triomftocht in het toekomstige leven, behoedt hem voor dit schandelijke kwaad dankzij zijn geloof en zijn vrome daden als de armenbelasting en het gebed. Allah kondigt dit als volgt aan: “De mens is van nature wispelturig: verslagen, wanneer ongeluk hem treft, zeer arrogant in voorspoed. Alleen niet degenen, die constant de salaat verrichten en die erkennen dat er in hun rijkdom een recht is van de bedelaar en de arme. ” El Maaridj:70/19-25

“Neem van hun bezittingen een liefdegave om hen te reinigen en in moreel opzocht beter te maken. ” Et Tewbe: 9/103

“Zij, die van gierigheid gevrijwaard zijn, dat zijn de succesvollen.” El Hasjr: 59/9

Aangezien deugden het resultaat zijn van oefening en opvoeding, ontwikkelt de moslim in zich die deugd, die hij van plan is om te verwerven, terwijl hij zijn aandacht vestigt op het voordeel dat Allah bestemt voor degene die het verwerft, en de bedreiging die Hij uit aan het adres van degene die ervan verstoken is. Om edelmoedigheid in zich te ontwikkelen overdenkt de moslim steeds het goddelijke woord, zoals de verzen: “Wie dan gaven schenkt en plichtsgetrouw (t.o.v. Allah) is, terwijl hij gelooft in de mooie belofte van de Heer, hem zullen Wij de weg tot geluk banen. Wie daarentegen gierig is en zelfgenoegzaam, en niet gelooft in de mooie belofte van de Heer, hem zullen Wij de weg naar tegenspoed banen. ” El Leyl: 92 / 5-11

“Wat scheelt u, dat gij geen uitgaven doet op de weg van Allah, terwijl toch aan Allah de erfenis van de hemelen en de aarde behoort? ” El Hadid: 57/10

Besluit

Het individu dat helpt wordt zelf gelukkig. Het verschil tussen arm en rijk vermindert. Bij volkeren waarbij behulpzaamheid in hoge graad wordt uitgevoerd, is er geestelijk welzijn, blijheid en succes. Bij zulke volkeren versterken de vriendschappelijke gevoelens tussen de mensen. Wraak en haat smelten, afgunst verdwijnt. Men ziet geen bedelaars meer. Het welvaartsniveau stijgt. Diefstal, oplichterij en wanorde bestaan niet meer. Het elkaar helpen van de individuen vermindert de uitgaven van de overheid.

Evaluatie

Vraag 1.

Geef 6 voorbeelden van sociale omgang met mensen die in de Koran worden benadrukt.

Vermeld telkens de opvatting van de Koran en geef, indien mogelijk, een voorbeeld.

Vraag 2.

a) Verklaar materiële hulp en geef drie voorbeelden.

b) Verklaar geestelijke hulp en geef drie voorbeelden.

c) Wat moet men nastreven in het helpen van mensen en wat moet men vermijden?

Vraag 3.

Wat houdt edelmoedigheid in en wat is het doel van deze deugd?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *