Het gemeenschappelijk verrichten van het gebed

12.Het gemeenschappelijk verrichten van het gebed

Het gemeenschappelijk verrichten van het gebed be­hoort tot de karakteristieke trekken van de Islam. Een gebed dat gemeenschappelijk verricht wordt is 25 a 27 keer zo verdienstelijk als een indivdiueel verricht ge­bed.

Als er geen bezwaarlijke omstandigheden zijn als hevige regen, modder sneeuw, koude, hitte, duisternis of omstandigheden als verlamming, ouderdom, vrees voor diefstal, levensgevaar, of reizen, is het niet juist af te zien van het gemeenschappe-lijke gebed. Dat is immers verzuim van een belangrijk onderdeel van de karakteristieke trekken van de Islam. Degene die voor­gaat in het gebed wordt de imam genoemd, degenen die in navolging van hem het gebed verrichten heten samen de djema°a (gemeente). Iemand die als imam optreedt, dient in alle opzichten uit te steken boven de gemeente.

Als de gemeente de imam wil volgen, moet aan de vol­gende voorwaarden worden voldaan: Aan het begin van het gebed wordt de intentie tot het volgen van de imam uitgesproken. Het gebed van de gemeente en het gebed van de imam moeten tot dezelf­de categorie behoren. Het kan nooit zo zijn dat het ge­bed dat de imam verricht verplicht is en dat van de ge­meente aanbevelenswaardig. Het is niet toegestaan dat een man zich laat leiden door een vrouw of een kind, dat een mens met een gezond verstand zich laat leiden door een dronkaard of waanzinnige en dat iemand zon­der vrijstelling zich laat leiden door iemand met vrijstelling.

Als de imam tijdens het gebed bij vergis­sing een extra sudjud maakt of na de laatste keer zitten opstaat of een andere handeling verricht, volgt de ge­meente hem niet, maar wacht op hem. Als de imam zich hierdoor herinnert en weer gaat zitten zonder de sudjud van de extra raq’a waarvoor hij was gaan staan te verrichten, wisselt de gemeente samen met de imam de heilwensen uit. Als hij er echter wel een sudjoed aan toevoegt, spreekt de gemeente alleen de heilwensen uit het gebed van de gemeente is ongeldig (fasid) als de imam opstaat zonder het laatste zitten van het gebed verricht te hebben en de gemeente dan zonder er een sudjud aan toe te voegen de heilwensen uitspreekt. Als de imam er echter wel een sudjoed aan toevoegt, is het gebed van allemaal ongeldig (fasid).

Pin It

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *